Categorieën
Nieuws

Rijbewijs voor ADHD’er zonder keuring

Mensen die worden behandeld tegen de hyperactiviteitsstoornis ADHD hoeven niet meer elke 3 jaar te worden gekeurd.
De Tweede Kamer gaf minister Melanie Schultz (Infrastructuur) woensdag de opdracht de keuringen voor deze groep mensen per direct te laten stoppen.Mensen met ADHD moeten nu elke 3 jaar worden gekeurd. Volgens SP-Kamerlid Farshad Bashir, die een motie indiende om de keuringen van tafel te krijgen, kost dit automobilisten met ADHD onnodig honderden euro’s.Ook rijden mensen die behandeld worden tegen ADHD niet slechter dan anderen en wordt de ziekte met de jaren niet erger, betoogt hij. Bashir kreeg steun van de PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, lid-Brinkman en de PVV. Schultz was niet blij met de motie. Zij wilde een advies van de Gezondheidsraad afwachten, voordat ze een besluit zou nemen over de keuringen voor ADHD’ers die al worden behandeld.”Ik wil niet verantwoordelijk zijn – samen met de Kamer omdat u de motie steunt – als er toch een ongeluk gebeurt zonder dat ik het advies heb afgewacht”, stelde zij.Bashir wil zo snel mogelijk een brief van de minister waarin staat hoe ze de opdracht van de Kamer gaat uitvoeren. Ze moet onder meer het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen opdragen de keuringen niet meer uit te voeren.

Bron: Nu.nl, d.d. 27-06-2012

Categorieën
Test review

Test review Wisconsin Card Sorting Test (WCST)

Informatie van de testuitgever
De WCST is een neuropsychologische test waarmee stoornissen in de cognitieve flexibiliteit worden opgespoord. De test is vooral gericht op het vermogen om tijdens een cognitieve taak van doel te wisselen (task-switching), bijvoorbeeld het switchen van sorteren op kleur, naar sorteren op vorm. De kandidaat krijgt een stapel kaarten met verschillende kenmerken: een kleur, een vorm en een aantal. Bijvoorbeeld vier blauwe driehoeken, of twee rode sterren. De kandidaat sorteert de kaarten in vier stapels volgens een zelf gekozen criterium. Tijdens de afname probeert de proefleider de kandidaat een andere sorteerstrategie te laten gebruiken. De afnametijd is ongeveer 20-30 minuten. Voor het scoren kijkt de proefleider onder meer naar het aantal toegepaste sorteercriteria, aantal fout gesorteerd, aantal perseveraties en aantal goed.  De WCST wordt individueel afgenomen bij personen van 6 tot 89 jaar. De WCST wordt uitgegeven door Hogrefe en de prijs is €386,00

Cotan gegevens:
De Wisconsin Card Sorting Test is niet beoordeeld door de Cotan.

Eigen ervaring
De WCST is een leuke taak om het switchen te meten. Lastig is in het begin het scoren. Dit moet even goed in de handleiding gelezen worden. Als tip wil ik meegeven dat jij als testleider degene bent die de kaartjes aangeeft anders willen cliënten nog wel eens te snel gaan en dan kun je het niet goed scoren. Wanneer kaartjes niet goed gescoord worden kan men niet goed de perseveratie of de toegepaste sorteercriteria van de cliënt in kaart brengen. Het meest lastige hierbij is dat kaartjes pook bij meerdere categorieën kunnen horen en deze moeten dus allemaal gescoord worden. Al met al vind ik het een leuke taak die snel afneemt. Ook cliënten lijken het geen vervelende taak te vinden om te doen. Enig minpuntje is de Engelse handleiding en Amerikaanse normen. Maar deze lijken voor de Nederlandse doelgroep ook voldoende te zijn.

 

Categorieën
Nieuws

Sociale media hebben voor- en nadelen op school

Sociale media bieden nieuwe kansen voor het onderwijs, maar kunnen ook leiden tot cyberpesten. Dat schrijft minister Marja van Bijsterveldt van Onderwijs in de jaarlijkse Kamerbrief over veiligheid in het onderwijs.De brief is gebaseerd op de landelijke socialeveiligheidsmonitoren in het onderwijs en op onderzoek van de Onderwijsinspectie. Sociale media bieden kansen voor laagdrempelig contact tussen leerlingen en docenten. Docenten kunnen bijvoorbeeld via Twitter vragen over huiswerk delen met de hele groep. Sociale media hebben echter ook een keerzijde. Zo wordt ongeveer 4 procent van de 9- tot 16-jarigen herhaaldelijk via internet gepest.Positief is dat volgens de Kamerbrief ruim 90 procent van de leerlingen en personeelsleden op basisscholen, middelbare scholen en in het mbo zich veilig voelt. Ook nemen spijbelen, wapenbezit, drugsgebruik en geweld verder af binnen het mbo, blijkt uit de onderzoeken.

Bron: Nieuwsbrief NJI d.d. 23-05-2012

Categorieën
Test review

Test Review Stroop

Informatie van de testuitgever
Klassieke veelgebruikte psychologische test voor het vaststellen interferentie bij kinderen en volwassenen. De Stroop meet de interferentieverschijnselen in het cognitief functioneren bij kinderen volwassenen. De test bestaat uit drie kaarten (I, II en III) met ieder honderd stimuli die zo snel mogelijk moeten worden voorgelezen of benoemd. Op kaart I staan de namen van de kleuren rood, groen, geel en blauw. Op kaart II staan rechthoekjes in deze kleuren. Op kaart III staan de namen van deze kleuren gedrukt in een niet-overeenkomende kleur inkt. Interferentie treedt op als de proefpersoon bij kaart III de kleur moet noemen in plaats van het woord te lezen. De afnameduur is ongeveer 5 tot 10 minuten. De ruwe score wordt berekend met de formule: tijd in seconden nodig voor kaart III minus tijd in seconden nodig voor kaart II. In een grafiek wordt de ruwe score omgezet in een gewogen Stroop-interferentiescore. De test wordt uitgegeven door Pearson NL en de prijs is € 41,40 (excl. BTW)

COTAN gegevens:
Uitgangspunten bij de testconstructie: Goed
Kwaliteit van het testmateriaal: Goed
Kwaliteit van de handleiding: Voldoende
Normen: Voldoende
Betrouwbaarheid: Goed 1)
Begripsvaliditeit: Voldoende
Criteriumvaliditeit: Onvoldoende 2)
1) Deze beoordeling betreft de betrouwbaarheid voor de lange versie; de betrouwbaarheid van de verkorte versie is ‘voldoende’ en van de interferentiescores ‘onvoldoende’.
2) Geen onderzoek.

Eigen ervaring:
De Stroop is een leuke en zeer eenvoudige test om af te nemen. Het is even vooraf goed lezen in de handleiding wat de leesrichting is. Tevens moet de cliënt er goed op gewezen worden dat hij niet mee mag lezen met zijn vinger. Als testleider hoef je dan nog alleen maar goed de stopwatch en de tijd in de gaten te houden. Wanneer cliënten snel lezen is het aan te raden om de test op te nemen en eventueel terug te luisteren of er nu wel of geen fouten worden gemaakt. Het voordeel van deze taak is dat de Stroop niet belastend is en dat de afnameduur kort is. Hierdoor krijg je op een eenvoudige manier informatie in de cognitieve interferentie.

Categorieën
Nieuws

Aandacht en impulsiviteit hebben afzonderlijke genetische basis

Maarten Loos zocht naar genetische mechanismen die impulsief gedrag en aandacht beïnvloeden. Bij de mens, rat en muis zijn aspecten van aandacht en impulsiviteit in vergelijkbare gedragstaken te meten, waardoor Loos resultaten uit deze diermodellen direct kon vertalen naar de mens. Hij ontdekte dat aandacht en impulsiviteit een afzonderlijke genetische basis hebben.

Aandachtsstoornissen en overmatige impulsiviteit komen voor bij meerdere psychiatrische ziektes, zoals ‘attention deficit hyperactivity disorder’ (ADHD) en verslaving. Genetische aanleg draagt voor een groot deel bij aan deze ziekten.
Aandacht en impulsiviteit bleken bij muizen een afzonderlijke genetische basis te hebben. Dit is van belang voor een juiste behandeling van ADHD. Het bevestigt het idee dat er subgroepen van ADHD-patiënten bestaan met voornamelijk symptomen van aandachtsstoornissen of impulsiviteit, die ieder hun eigen behandeling nodig hebben.

Loos onderzocht het gedrag van muizen en ratten en bracht verschillende genen in verband met impulsiviteit en aandacht, waaronder genen die betrokken zijn bij de signalering via neurotransmitter dopamine. Hij ontdekte dat ingrijpen in signaaloverdracht via deze genen in de prefrontale cortex van ratten een verandering in impulsiviteit veroorzaakt. Vervolgonderzoek naar de geïdentificeerde genen kan meer inzicht geven in de moleculaire processen die ten grondslag liggen aan psychiatrische ziektes. Dit kan een aanzet geven tot het ontwikkelen van nieuwe behandelingsmethoden.

 

Bron: balansdigitaal.nl, 06-05-2012
VU.nl, 06-05-2012

Categorieën
Nieuws

Van ADHD’er tot junkie

Meer geld binnenhalen voor onderzoek naar verslaving onder jongeren, veroorzaakt door ADHD. Dat is wat de stichting ICASA wil bereiken met de nieuwe crowdfunding-campagne ‘Maak je ook druk om verslaving bij ADHD’. Geurt van de Glind, onderzoeker bij ICASA, vertelt waarom er meer geld moet komen: “We weten te weinig over hoe de aandoening in elkaar steekt, terwijl er wel veel jongeren zijn die allerlei problemen krijgen door de symptomen ervan.”

Het verhaal van de 16-jarige Pascal Keijzer uit Hoogkarspel is onderdeel van de campagne. Op 30 april 2007 werd hij door een drugsdealer om het leven gebracht. Pascal had ADHD. Al op zijn 11e waren bij Pascal de symptomen van de stoornis aanwezig, terwijl de ouders van Pascal hier geen idee van hadden. Vader Jack Keijzer: “Hij raakte van slag, werd om niks boos, en wij begrepen er niets van.”

Pas toen Pascal 13 was en een aangrijpende zelfmoordbrief had geschreven, constateerde een psychiater dat hij leed aan ADHD. Keijzer: “Pascal bleef daardoor achter op school. Hij zei eens tegen me: ‘Pa, ik wil het wel goed doen, maar ik kán het niet’.” Zijn zoon kreeg vanaf die tijd Ritalin voorgeschreven, maar stopte met het gebruik van dit medicijn, zonder dat zijn ouders dit wisten. Keijzer: “Pascal werd steeds ongelukkiger en voelde zich onbegrepen. Om van dat vervelende gevoel af te komen, ging hij drugs gebruiken. Met als gevolg dat hij verslaafd werd en in de drugsscene belandde. Dat werd hem fataal.”
Pascals geval is volgens Van de Glind het worstcasescenario, als het gaat om ADHD en verslaving. “Maar in onze jeugdgevangenissen zitten wel degelijk kinderen vast, die door dit ziektebeeld in de criminaliteit zijn beland.” joost van der wegen

www.icasa-crowdfunding.org

 

Bron: Metro Nieuws, d.d. 09-05-2012

Categorieën
Nieuws

Psychiaters weten te weinig van oorsuizen

In Nederland hebben ongeveer 25.000 volwassenen ernstige last van oorsuizen oftewel tinnitus. Door onwetendheid krijgen sommige patiënten echter ten onrechte het stempel ‘psychotisch’ opgedrukt. ‘Het wordt hoog tijd dat tinnitus binnen de ggz meer bekendheid krijgt’, vindt verpleegkundig specialist GGz in opleiding Ferdy Pluck van het Flevo Ziekenhuis in Almere. Tinnitus is een aandoening waarbij patiënten geluid horen dat niet afkomstig is van een externe bron. Bij het horen van geluiden wordt er via de trilharen in onze oren een signaal aan onze hersenen doorgegeven. De hersenen van mensen met tinnitus krijgen echter ook zo’n signaal als er geen sprake is van een geluid van buiten. Maar ze horen het wel, ook als ze hun oren dicht stoppen. Dit kan gaan om suizen, maar er kan ook sprake zijn van een piepend, een brommend, een zoemend of een sissend geluid. Het kan hard of zacht zijn, onderbroken of continu en in één of beide oren. In feite kent iedereen het verschijnsel in de vorm van de harde pieptoon die je nog een tijd hoort nadat je in de disco of naar een popconcert bent geweest. Dat is ook een vorm van tinnitus, alleen verdwijnt dat geluid vrij snel weer. Patiënten horen het permanent.

In Nederland hebben ongeveer een miljoen mensen tinnitus. Bij de meesten gaat het om een milde vorm, maar voor 25.000 patiënten is het geluid zo belastend dat zij er niet normaal mee kunnen leven. Zij worden depressief en blijven steeds vaker thuis, omdat ze alleen van de tinnitus al knettergek worden. Straatgeluiden kunnen ze er dan niet ook nog eens bij hebben. Soms krijgen patiënten zelfs zelfmoordneigingen, omdat ze het leven met dat permanente geluid op de achtergrond totaal niet meer zien zitten. Ondanks het nodige onderzoek is nog onbekend wat de oorzaak is en wat er in de hersenen van patiënten gebeurt. Gevolg is dat er geen medische behandeling voor tinnitus bestaat. Artsen staan dus met lege handen, maar als patiënten vervolgens worden doorverwezen naar de ggz, dan vangen ze opnieuw bot. Ze krijgen te horen: u bent hier verkeerd, want u heeft geen psychiatrische aandoening. Of men zegt: u hoort iets wat er niet is, dus u bent psychotisch. Maar deze mensen horen geen stemmen, ze horen geluiden. Dat is iets heel anders.

In het Flevoziekenhuis is een aanpak in drie stappen geïntroduceerd, waarbij het audiologisch centrum, de KNO-artsen en de psychiatrie nauw samenwerken. Allereerst wordt er uitgelegd aan de patiënten uitvoerig wat tinnitus is, wat er aan te doen valt. Bovendien wordt onderzocht hoe definitief het is, want een eventuele lichamelijke oorzaak moet worden uitgesloten. Veel patiënten weten dat allemaal niet en dat maakt ze onzeker. Heel belangrijk is daarnaast dat de tinnitus met behulp van speciaal voor dat doel ontwikkelde geluidsapparatuur enigszins kunnen onderdrukken. Het is als het ware een “pijnstiller” voor het gehoor. Tenslotte worden de patiënten intensief begeleid door maatschappelijk werkers van het audiologisch centrum. Zij leren hen beter omgaan met de spanning die de ziekte met zich meebrengt en helpen hen zo om hun situatie te accepteren.

Maar vanwaar de samenwerking met psychiatrie? Er wordt nogal wat patiënten gezien met psychische klachten. Deels komen die voort uit de spanning die het permanent horen van geluiden met zich meebrengt, deels ook uit de onwetendheid van de omgeving die niet goed begrijpt wat tinnitus is. Als patiënten dan ook nog slecht slapen, is de kans niet denkbeeldig dat ze hier binnenkomen met een depressie of een aanpassingsstoornis. Voor een effectieve behandeling van tinnitus is het in veel gevallen heel belangrijk om meteen ook de psychische klachten van patiënten aan te pakken. In het Flevoziekenhuis zijn ze heel tevreden, want zowel de last die cliënten van de tinnitus hebben als hun depressieve klachten zijn na afloop van de behandeling duidelijk afgenomen. Ook krijgen zij veel positieve reacties, zowel van de Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden als van de cliënten zelf.  De hoofdboodschap van het Flevoziekenhuis is dan ook dat tinnitus-patiënten altijd zouden moeten worden behandeld door zowel een KNO-arts als een psychiater. De ervaring leert helaas dat in de psychiatrie de somatische klachten nog vaak op de achtergrond blijven, terwijl veel artsen juist niet verder kijken. Zo valt de patiënt met tinnitus min of meer tussen de somatische wal en het psychiatrische schip.

Bron: psy.nl, 02-05-2012

Categorieën
Test review

Test Review Theory of Mind-Revised (TOM-R)

Informatie van de testuitgever
De ToM – Theory of Mind – test-R is een van de weinige instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde wijze benadert. De TOM-R meet in hoeverre kinderen beschikken over een ’theory of mind’: de mate waarin kinderen beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De TOM ontwikkelt zich volgens drie stadia: voorlopers, eerste manifestaties en hoogste niveau van theory of mind. De test is geschikt voor basisschoolkinderen van 5 tot en met 12 jaar.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM(doen-alsof, het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal, emotieherkenning); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
De TOM-R wordt uitgegeven bij Garant Uitgevers en de prijs is € 150,00.

COTAN gegevens
Uitgangspunten bij de testconstructie: Voldoende
Kwaliteit van het testmateriaal: Voldoende
Kwaliteit van de handleiding: Onvoldoende 1)
Normen:  Onvoldoende 2)
Betrouwbaarheid: Onvoldoende 3)
Begripsvaliditeit: Onvoldoende 4)
Criteriumvaliditeit: Onvoldoende 5)

1) De handleiding verschaft te weinig informatie.
2) Normen niet representatief en/of de representativiteit is niet te beoordelen; te weinig gegevens.
3) Betrouwbaarheden niet per normgroep berekend.
4) Te weinig onderzoek.
5) Geen onderzoek.

Eigen ervaring
De test bestaat uit een groot stimulusboek waarin de platen staan. Naast de plaatjes staan de vragen voor de testleider. Deze staan dus voor het kind op de kop. Bij jonge kinderen levert dit geen problemen op, maar oudere kinderen of juist hele slimme kinderen kunnen meelezen. De antwoorden zijn niet in het boek. Een ander minpuntje is dat met name vragen van het second order belief erg lastig zijn. Een voorbeeld is:  Wat denk John dat Cindy denkt? Kinderen hebben hier nog wel eens moeite mee. Als testleider moet ik de vragen nog wel eens anders stellen of meer in een gesprekje praten over de platen en dan lukt het de kinderen soms toch terwijl bij het strakke vraagschema het niet lukte.
Verder zit er wel veel variatie in de test en de items en neemt deze heel gemakkelijk en snel af. Jammer is dat er niet per bouwsteen een normscore berekend kan worden. Het is dus belangrijk om goed te blijven kijken naar  de losse bouwstenen en hoe de totaalscore is opgebouwd.

Categorieën
Nieuws

Psychiaters negatief over ROM metingen

Het gebruik van Routine Outcome Monitoring (ROM) bij de financiering van de ggz is onnodig kostbaar, onethisch en onwetenschappelijk. Dat betogen elf gezaghebbende psychiaters, waaronder Jim van Os, hoogleraar Maastricht UMC, en René Kahn, hoogleraar UMC Utrecht. Om kosten in de ggz te beteugelen wordt er door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en branchevereniging GGZ Nederland gewerkt aan een systeem van prestatiebekostiging op basis uitkomstmetingen. Deze uitkomstmetingen moeten duidelijk maken welke instellingen goede resultaten boeken. Op grond daarvan beslissen zorgverzekeraars bij wie ze de zorg inkopen. Volgens de elf psychiaters dreigen klinische data die door hulpverleners zijn verzameld, misbruikt te worden, nu zorgverzekeraars en GGZ Nederland instellingen willen verplichten om data te leveren aan de Stichting Benchmark GGz (SBG).“Miljoenen euro’s worden uit de patiëntenzorg gehaald om een nationaal benchmarksysteem op te zetten, in de veronderstelling dat beleidsmakers kwaliteitsvergelijkingen tussen instellingen kunnen uitvoeren”, aldus de psychiaters in een bijdrage aan het Tijdschrift voor Psychiatrie. Volgens de psychiaters is een dergelijke vergelijking aan de hand van de huidige ROM-systematiek onmogelijk, omdat het systeem methodologisch aan alle kanten rammelt. De psychiaters betogen dat het systeem geen rekening houdt met diagnostische en demografische variabelen, waardoor appels met peren  vergeleken worden. Ook ligt vervuiling van de onderzoeksdata op de loer, doordat degenen die de data verzamelen, ook degenen zijn die door de verzekeraar financieel kunnen worden gekort als de resultaten achterblijven bij het landelijk gemiddelde. Daarbij zijn er geen gerandomiseerde controlegegevens. Ook houdt de methode houdt geen rekening met comorbiditeit in de vorm van lichamelijke aandoeningen, zo stellen de psychiaters. Veel psychiatrische patiënten hebben fysieke nevenklachten die van grote invloed zijn op de uitkomsten van de behandeling, maar deze worden niet in het systeem verdisconteerd. De psychiaters vinden het ook kwalijk dat het gebruik van het ROM-instrumentarium niet gratis is, maar commercieel wordt uitgebaat. “Velen zijn van mening dat de praktijk om tot 3 euro per afname te moeten betalen […] kenmerken heeft van woeker met als gevolg dat geld onterecht wordt weggesluisd uit de  gezondheidszorg en de wetenschap”, aldus de psychiaters. De psychiaters komen tot de conclusie dat “benchmarken op basis van ROM-data in Nederland, zoals voorgesteld door SBG en zorgverzekeraars, wetenschappelijke noch medisch-ethische toetsing kan doorstaan”. De psychiaters stellen dat geen tegenstander zijn van het vastleggen en vergelijken van behandelresultaten, mits de gebruikte methode wetenschappelijk gevalideerd en medisch-ethisch getoetst is. Daarbij is het aan de beroepsgroep het meest geëigende instrument te  kiezen en mogen de resultaten door verzekeraars alleen exploratief gebruikt en niet als financieringsgrond. De psychiaters roepen de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU) en de NVZ vereniging van ziekenhuizen op om, anders dan GGZ Nederland, niet in te stemmen met ROM-benchmarking. “Zolang deze partijen geen toezegging hebben gedaan, lijkt er geen juridische basis waarop zorgverzekeraars algemene en universitaire ziekenhuizen kunnen verplichten tot het invoeren van ROM-benchmarking”, stellen de psychiaters.

Bron: Skipr, d.d. 05-04-2012

Categorieën
Test review

Test review Behavioural Assessment of the Dysexecutive Syndrome (BADS-NL)

Informatie van de testuitgever
De BADS is de “volwassen versie” van de BADS-C en kan afgenomen worden bij personen vanaf 15 jaar oud. Het doel van de BADS is het meten van problemen in het dagelijks functioneren voortkomend uit plannings- en organisatiestoornissen.
De BADS bestaat uit zes subtests: Regel-Wissel, Actie-Plan, Sleutel-Zoek, Temporele schatting, Dierentuin-Plattegrond en Vereenvoudigde Zes-Elementen. Daarnaast bevat de test een DEX-vragenlijst met 20 items. De items hebben betrekking op vier gebieden die bij patiënten met een planning- en evaluatiestoornis vaak problemen opleveren: Emotionele- of persoonlijkheidsveranderingen, Motivationele veranderingen, Gedragsveranderingen en Cognitieve veranderingen, Verschillen in prestatie op BADS-NL-subtests tussen de vier leeftijdsgroepen. De complete set is te koop bij Pearson NL voor € 972,90 (excl. BTW).

COTAN-beoordeling
Uitgangspunten bij de testconstructie: Goed
Kwaliteit van het testmateriaal: Goed
Kwaliteit van de handleiding: Goed
Normen: Onvoldoende*
Betrouwbaarheid: Onvoldoende**
Begripsvaliditeit: Onvoldoende **
Criteriumvaliditeit: Onvoldoende**

* Normgroepen te klein en normen niet representatief en/of de representativiteit is niet te beoordelen.
** Geen onderzoek.

Eigen ervaring:
De BADS neemt heel eenvoudig af en lijkt sterk op de BADS-C. Binnen een uur is de gehele test af te nemen. De handleiding is heel duidelijk over wat je mag zeggen en hoe bepaalde opstellingen er uit moeten zien. Het scoren gaat heel eenvoudig en de handleiding is hier heel duidelijk in. Elke ruwe score wordt omgezet in een profielscore 1,2,3 of 4. Deze opgeteld zorgt voor een totaalscore. Jammer van de BADS is dat er geen normscore per subtest berekend wordt. Tevens is mij opgevallen dat jongeren die iets slimmer zijn, deze test gemakkelijk doen en ook gemakkelijk goed score. Je moet dan dus goed naar de taakaanpak kijken om toch uitspraken over de executieve functies.