Steeds meer kritiek op de DSM-V

Op 11 augustus 2011 publiceerde psy.nl een artikel over de toenemende kritiek van de DSM-V. Uit dit artikel wordt onderstaande overgenomen:

“Psychologen zouden meer afstand moeten nemen van de DSM, het classificatiesysteem van de psychiatrie. Dat vindt hoogleraar Klinische Psychologie Jan Derksen. De DSM mag slechts een bescheiden rol spelen in de psychologische diagnostiek. ‘Als een triangel in een orkest.’ Psychologen mengen zich op dit moment in de discussie over de totstandkoming van de DSM-5 en waarschuwen voor psychiatrisering van verdriet en pech. In juni sprak The British Psychological Society in een open brief haar grote bezorgdheid uit over het gemak waarmee psychische problemen als ‘ziekte’ of ‘stoornis’ worden gedefinieerd in de DSM-5. Huib van Dis, van het Nederlands Instituut van Psychologen, onderschreef de kritiek van zijn Britse collega’s in het dagblad Trouw. Jan Derksen, hoogleraar Klinische Psychologie aan de Radboud Universiteit, vindt het een verontrustende ontwikkeling dat de DSM in toenemende mate onderdeel uitmaakt van de psychologische praktijk. ‘Dat betekent een enorme verschraling van het rijke psychologisch-diagnostisch instrumentarium. Want let wel: met de DSM stel je geen diagnose, je classificeert een stoornis aan de buitenkant. Psychologische diagnostiek gaat veel dieper en kijkt ook naar de gezonde kanten van de cliënt, onderzoekt de levensloop en maakt gebruik van observaties en psychologische testen.’ Voor een deel krijgen psychologen de DSM opgedrongen, bijvoorbeeld door de afrekening van behandelingen in dbc’s, die gebaseerd zijn op de DSM-classificaties. Maar ook door de geprotocolleerde behandelpraktijk die vanuit DSM-categoriën is opgebouwd. En door de eisen die aan wetenschappelijk onderzoek worden gesteld. Derksen: ‘Je artikel wordt niet meer geaccepteerd als het onderzoek niet is gebaseerd op de DSM-classificatie’. Maar psychologen dienen ook de hand in eigen boezem te steken, vindt de hoogleraar. ‘Ze moeten zich veel kritischer verhouden tot de DSM en zich niet laten verleiden tot psychologisch reductionisme. De DSM moet slechts een bescheiden rol spelen in de diagnostiek. Vergelijk het met een triangel in een orkest.’ Derksen juicht de discussie over de DSM toe, die nu vanuit de psychologische beroepsgroep wordt aangezwengeld.”

Mijns inziens ben ik het eens met de heer Derksen. In de praktijk merk ik soms dat een conclusie van psychologisch onderzoek zich lastig laat classificeren in een categorie. Ook aan ouders is het heel belangrijk pom uit te leggen dat de DSM een classificatie systeem is. Dit betekent dat we bepaalde gedragingen clusteren binnen een diagnose. Persoonlijk vind ik de beschrijvende conclusie veel beter inzicht geven dan de DSM diagnose. Al vind ik het wel fijn dat de DSM-V straks geen onderscheidt meer maakt tussen de verschillende vormen van autisme, want het is soms nog lastig om met name de PDD-NOS en de Asperger van elkaar te onderscheiden. Wat betreft de kritiek op de persoonlijkheidsprobematiek, kan ik weinig aangeven, omdat ik met kinderen en jeugdigen werk.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.