Nieuwe inzichten wat betreft ADHD

Onlangs heb ik een boek gelezen over ADHD van Cathelijne Wildervanck (titel: ADHD, hoe haal je het uit je hoofd). Persoonlijk trok dit boek mij doordat Mw. Wildervanck schrijft dat zij altijd verder wil kijken en mede daardoor geïnteresseerd is in de wetenschap. In de wetenschap kijkt men steeds weer verder en komt men er achter dat eerdere bevindingen soms niet helemaal waar zijn. Gelukkig zijn er meer mensen zoals MW. Wildervanck, zoals Drs. Rosa van Mourik. Op 16 februari is zij gepromoveerd op de interferentiecontrole en afleidbaarheid in ADHD.

Zoals Van Mourik in haar proefschrift schrijft, zijn er veel toonaangevende theorieën over ADHD die aangeven dat er bij ADHD’ers sprake is van problemen in de cognitieve controle of de executieve functies. Van Mourik heeft in haar onderzoek getracht de onderliggende problematiek bij ADHD in kaart te brengen middels verschillende neurocognitieve taken. Tevens heeft ze de ERPs gemeten tijdens de taken. Van Mourik heeft twee groepen kinderen onderzocht: kinderen met en kinderen zonder ADHD. Van Mourik concludeert dat de verschillen in interferentie op de Stroop Kleur-Woord taak klein zijn tussen de twee onderzoeksgroepen. Tevens kunnen de kinderen met ADHD interfererende informatie even goed onderdrukken als kinderen zonder ADHD op visuele en auditieve interferentie taken waarbij de interfererende informatie in de stimulus geïntegreerd is. Zeer verrast is de conclusie dat kinderen met ADHD dat nieuwe geluiden de prestaties van deze kinderen doet verbeter. Hoewel de kinderen langzamer reageerden, reageerden ze wel op meer plaatjes dan tijdens de standaardtonen. Wel bleek de neurofysiologie wezenlijk anders te zijn bij kinderen met ADHD.

In de praktijk heb ik vaak kinderen met ADHD en hun ouders in mijn kamer die aangeven dat ze juist profijt hebben aan muziek op de achtergrond, terwijl ze op school heel snel afgeleid zijn door de geluiden van de andere kinderen in de klas. Het onderzoek van Van Mourik biedt hiervoor verklaringen. Echter, en dat is ook wat Van Mourik aangeeft, er blijft natuurlijk veel verschillen tussen kinderen met ADHD. Ieder kind met ADHD is weer anders en het is wel belangrijk om deze uniekheid en verschillen te onderkennen. Zeker voor de behandeling van deze kinderen!

Na wat research op het internet naar interferentiecontrole en ADHD, kwam ik nog een proefschrift tegen van Marieke Lansbergen. Zij heeft onderzoek gedaan of impulsiviteit zoals gemeten met gedragsvragenlijsten, te maken heeft met een slechte inhibitie controle. In de praktijk blijkt vaak dat er gedacht wordt dat mensen die impulsief zijn ook een slechte inhibitiecontrole hebben. Lansbergen concludeert dat de proefpersonen met ADHD minder interferentiecontrole laten zien op interferentietaken dan de proefpersonen zonder ADHD. Tot dusver dus overeenkomstig met de huidige inzichten. Vervolgens heeft Lansbergen bekeken of gezonde, hoog impulsieve proefpersonen inderdaad ook slechter scoren op inhibitiecontrole. Uit de resultaten bleek – verrassend – dat hoog impulsieve proefpersonen even goed of zelfs beter scoorden op de gedragstaken! Lansbergen concludeert dat de impulsiviteit van gezonde hoog-impulsieve mensen, anders is dan de impulsiviteit zoals gemeten met ADHD. Immers, de proefpersonen met ADHD (en dus impulsiviteit) scoorden wel slecht op de gedragstaken. Lansbergen probeert verklaringen te vinden voor het onverwachte resultaat. Zij oppert dat ten eerste de gedragstaken en de vragenlijsten mogelijk verschillende soorten impulsiviteit meten, ten tweede geeft zij aan dat mogelijk de subjectieve weergave op de gedragsvragenlijst ten dele representatief is voor de werkelijke impulsiviteit, ten derde kan de bewustwording (dat zij van zichzelf weten dat ze impulsief kunnen zijn) van gezonde proefpersonen een rol gespeeld hebben in de motivatie om goed te presteren op de gedragstaken. Een vierde verklaring kan zijn dat andere factoren – anders dan inhibitiecontrole – een rolspelen bij de resultaten in de ADHD-groep zoals aandachtsproblemen.

Zoals uit de onderzoeken van Van Mourik en Lansbergen blijkt, is het goed dat er in de toekomst nog veel onderzoek gedaan wordt naar impulsiviteit, inhibitie, interferentie en ADHD. In de “buitenwereld” zijn er vele prikkels en afleidingen. Nog beter inzicht hoe de verwerking van dit alles bij ADHD verloopt is wenselijk, met name voor de behandeling van ADHD.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.