Hulpverlening voor kinderen in armoede

Gemeenten kennen goede initiatieven voor hulpverlening aan kinderen die in armoede leven. Dit schrijft Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ), een samenwerkingsverband van vijf rijksinspecties, in het vandaag verschenen rapport Het kind van de rekening. Uit onderzoek blijkt dat de hulp vaak start als problemen acuut zijn. Kortdurende hulp wordt ingezet om de acute problemen te verhelpen, maar het aanpakken van oorzaken blijft liggen. Verder laat de coördinatie van de hulp vaak nog te wensen over.

Van het adagium Eén gezin, één plan is nog geen sprake en de kans
op het opnieuw ontstaan van acute problemen in de gezinnen is groot.

ITJ onderzocht in 2010 de hulpverlening aan kinderen die in armoede leven in de gemeenten Groningen, Schiedam, Capelle aan den IJssel en Zoetermeer. Er werd gesproken met jongeren, ouders en professionals en dossieronderzoek verricht naar de mate en wijze van samenwerking. De vier gemeenten willen hun werkwijzen aanpassen. ITJ zal dit twee jaar volgen.

Opgroeien in armoede heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen en belemmert hun mogelijkheden voor maatschappelijke participatie. Aangezien armoede vaak samen gaat met andere problemen in een gezin, is coördinatie van zorg belangrijk, net als één plan per gezin waarin de hulp aan alle gezinsleden wordt afgestemd op de totale gezinssituatie, de problemen die er spelen en de achterliggende oorzaken.

De onderzochte gemeenten kennen goede hulpverleningsinitiatieven. In Groningen bijvoorbeeld Bureau Woonkans, in Schiedam de wijkcoach, in Capelle de armoedeconferentie en in Zoetermeer het lokale Centrum voor Jeugd en Gezin.

Coördinatie en afstemming van hulp op de gezinssituatie kunnen beter
Hoewel langdurige hulp vaak nodig is, bestaat de hulp aan de gezinnen vooral uit korte trajecten vanuit verschillende organisaties die elkaar afwisselen. Goede coördinatie van de hulp en één plan per gezin komt rondom het onderwerp armoede moeilijk tot stand. Zo is de hulp aan volwassenen vaak gescheiden van de hulp aan kinderen, ook wanneer voor de hand ligt dat de situatie van ouders (bijvoorbeeld door verstandelijke beperking of psychische aandoening) gevolgen heeft voor de kinderen uit het gezin. Bovendien worden achterliggende oorzaken niet in kaart gebracht en niet aangepakt. Verder wisselen organisaties informatie niet uit ondanks afgesloten convenanten en hiervoor bestaande mogelijkheden.

Ook op landelijk niveau kunnen voorwaarden worden geschapen voor een betere hulpverlening op lokaal niveau. Zo kan langdurige hulp mogelijk worden gemaakt via verlengde indicatiestellingen in de AWBZ of de Wet op de jeugdzorg. Verder kunnen afspraken worden gemaakt met landelijke organisaties (zoals de politie) over deelname aan de Verwijsindex, zodat professionals op lokaal niveau elkaar signalen kunnen (door)geven.

Tot slot vraagt ITJ aandacht voor de grote verschillen die er soms tussen gemeenten bestaan op het gebied van inkomensondersteunende maatregelen, maatschappelijke ondersteuning en schuldhulpverlening en de problemen die ontstaan bij verhuizingen van de ene naar de andere gemeente, waardoor gezinnen enige tijd verstoken zijn van hulp.

Bron: NJI en Ministerie VWS

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.