Passend onderwijs: haalbaar?

Na al enkele keren bericht te hebben over de plannen van het kabinet voorpassend onderwijs en de ophef die deze plannen veroorzaken, nu maar weer eens een bericht met de huidige stand van zaken.

Waar gaat het nu allemaal om? Eind januari 2011 werd bekend dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een structurele bezuiniging van 300 miljoen moeten doen. Een start zou al in 2012 gemaakt moeten worden door 50 miljoen te bezuinigen. Deze bezuiniging is nu uitgesteld. De minister en de staatssecretaris willen eerst meer draagvlak creëren alvorens ze hun plannen door de tweede en eerste kamer heen loodsen. Nu is het de bedoeling dat in 2013 100 miljoen bezuinigen oplopen naar 200 miljoen vanaf 2015 (www.psynip.nl, dd 19-04-2011).
Concreet omvat de bezuiniging 3 uitgangspunten:
1. Bezuinigingen op bureaucrat9ie, projecten en aanvullende bekostiging (o.a. door het afschaffen van de REC’s en afschaffen bekostiging steunpunten autisme)
2. Minder uitgeven aan ambulante begeleiding
3. Besparen door grotere klassen in het (voortgezet) speciaal onderwijs.
Om dit tot een goed einde te brengen moeten het onderwijs en de zorg, welke door de gemeenten straks beheerd worden, beter gaan samenwerken (nieuwsbrief NJI, dd maart 2011).

Op papier klinkt dit enigszins acceptabel en wanneer je niet werkt in deze sector of kinderen hebt die onderwijs volgen, kun je je misschien wel achter deze bezuinigen scharen. Echter, wanneer je praat met mensen uit dit vakgebied, of ouders spreekt die zich nu al zorgen maken over de grootte van de klassen en over de leerkrachten die moeite hebben met zorgleerlingen, kom je tot een geheel andere conclusie. Wanneer ik de discussie aanga met onderwijzers van vroeger (jaren ’60, ’70, ’80), dan krijg ik te horen dat leerkrachten nu niet meer boven de groep staan. Wanneer ik kritisch doorvraag hoe zij zouden omgaan met “probleem-leerlingen”, de zogeheten Rugzak-kinderen, dan geeft men aan dat deze kinderen helemaal niet in het regulier onderwijs moeten zitten. Oftewel: de plannen van Weer Samen Naar School van een aantal jaar geleden zijn niet goed. Ook familieleden geven aan dat vroeger de klassen veel groter waren, dus waar maak ik me dan druk om? Zij zijn toch ook goed terecht gekomen?

Deze discussiepunten meegenomen, ga ik ’s maandags weer aan het werk als kinder- en jeugdpsycholoog. Ik zie verschillende clientjes die het toch moeilijk hebben in het onderwijssysteem zoals we dit nu kennen. De klassen zijn te groot, de leerkrachten zijn nu vaak duo-banen en beide leerkrachten zitten niet op één lijn wat betreft aanpak, overspannen leerkrachten in het speciaal onderwijs, etcetera. En tegelijkertijd zie ik een verdrietig kind dat niet naar school wil, klaagt over hoofd- en buikpijn en blij is dat ik hem of haar wel begrijp. Met de voorgenomen plannen zie ik het alleen naar somberder in voor deze kinderen. Volgens mij kan het nooit de bedoeling zijn om het naar school gaan van kinderen vervelender te maken. Aan de andere kant zitten natuurlijk de leerkrachten die zich ook al ernstig zorgen beginnen te maken hoe zij – binnen hun eigen mogelijkheden – nog les kunnen geven wanneer er zoveel bezuinigd wordt.

Hopelijk gaat dit huidig kabinet inzien dat je niet zomaar kan bezuinigen.
Wordt vervolgd…….

Nog geen reacties.

Leave a comment

Categorieën

Archief