Nieuws

Nieuwe hersenfunctie ontdekt: dieren herkennen

Moniek Coorn-Baaij : 10 september 2011 16:36 : Algemeen, Nieuws

Wetenschappers hebben een nieuwe functie van de amygdala ontrafeld: dit deel van ons brein helpt ons dieren herkennen. De onderzoekers verzamelden 41 mensen. Alle proefpersonen hadden epilepsie en moesten binnenkort geopereerd worden. Voor die operatie waren elektroden in hun hersenen geplaatst. En dat maakte de proefpersonen zeer geschikt voor dit onderzoek: elektroden kunnen namelijk op heel precieze wijze de hersenactiviteit in de gaten houden. De onderzoekers lieten de proefpersonen honderd foto’s zien. Op de foto’s stonden mensen, dieren, objecten en monumenten. De wetenschappers keken waar zenuwcellen in de amygdala en omringende delen van de hersenen op reageerden. De amygdala is nauw betrokken bij emoties, maar onderzoekers ontdekten dat dit deel van het brein nog een andere functie heeft. Namelijk: dieren herkennen. Het rechterdeel van de amygdala reageerde namelijk alleen op dieren en opvallend genoeg niet op mensen, zo concluderen de onderzoekers in het blad Nature Neuroscience.OnderscheidWelk dier de proefpersonen voorgeschoteld kregen, maakte niet uit. Ze reageerden bijvoorbeeld even sterk op zoogdieren als op vogels. En ook werd er geen onderscheid gemaakt tussen dieren die gevaarlijk of ongevaarlijk waren.De onderzoekers denken wel te weten waarom de amygdala zo sterk op dieren reageert. De eigenschap zou stammen uit de tijd waarin dieren een zeer belangrijke rol in een mensenleven innamen. De tijd waarin oermensen op de dieren joegen en tegelijkertijd zelf op het menu stonden van dieren.

 

Bron: www.scientas.nl

Reageer»

Veranderingen in probleemgedrag, persoonlijkheid en opvoeding

Moniek Coorn-Baaij : 7 september 2011 22:32 : Gedragsproblemen, Hulpverleners, Nieuws

Tussen de kindertijd en de adolescentie vinden veel veranderingen plaats. Naast veranderingen in opvoedgedrag van de ouders, verandert het gedrag en de persoonlijkheid van kinderen. Ouders vertonen, naarmate kinderen ouder worden, minder overreactief opvoedgedrag (kritiek, stem verheffen) en minder warmte en betrokkenheid. Kinderen vertonen naarmate zij ouder worden minder agressie en meer regeloverschrijdend gedrag (spijbelen, vandalisme). Kinderen worden tevens minder extravert, ordelijk, emotioneel stabiel, en vindingrijk.
Niet alle kinderen veranderen hetzelfde: kinderen, die op jonge leeftijd extraverter, ordelijker, emotioneel stabieler en vindingrijker zijn, dalen minder in deze persoonlijkheidskenmerken. Dat schrijft pedagoge Amaranta de Haan in haar proefschrift. De Haan onderzocht de relaties tussen de ontwikkeling in opvoedgedrag, probleemgedrag en persoonlijkheid in de periode tussen 6 en 17 jaar.
De mate waarin het agressieve en regeloverschrijdende gedrag van kinderen veranderde, blijkt samen te hangen met veranderingen in opvoedgedrag en in persoonlijkheidskenmerken. Als ouders meer overreactiviteit en weinig warmte vertoonden terwijl hun kinderen ouder werden, daalden kinderen minder in agressie en stegen zij sterker in regeloverschrijdend gedrag. Kinderen die sterker daalden in extraversie, ordelijkheid, emotionele stabiliteit en vindingrijkheid, vertoonden meer probleemgedrag in de adolescentie.
Verder schrijft de Utrechtse pedagoge dat persoonlijkheidskenmerken van kinderen, meer nog dan opvoedgedrag, belangrijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Vooral extraversie en welwillendheid waren belangrijk voor het ouderlijk opvoedgedrag, dat weer gerelateerd was aan probleemgedrag. Hiernaast was overreactief opvoedgedrag minder sterk aan probleemgedrag gerelateerd voor meer extraverte, welwillende, ordelijke, en vindingrijke kinderen.

Bron: Universiteit van Utrecht

Reageer»

Tweetalige opvoeding heeft invloed op brein baby

Moniek Coorn-Baaij : 29 augustus 2011 19:01 : Algemeen, Nieuws, Ouders en andere geinteresseerden

Een tweetalige opvoeding heeft een aantoonbare invloed op de hersenen van baby’s. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers ontdekt. Als baby’s opgroeien in een tweetalige omgeving blijft hun brein tot een jaar na hun geboorte gevoelig voor vreemde woorden. De hersenen van baby’s die slechts met één taal worden geconfronteerd, reageren na tien maanden nauwelijks nog op klanken en woorden uit andere talen. Dat meldt nieuwssite Physorg.com op basis van een onderzoek van wetenschappers aan de Universiteit van Washington.“Het tweetalige brein is fascinerend, omdat het menselijke vermogen om flexibel te denken er in wordt weerspiegeld”, verklaart hoofdonderzoekster Patricia Kuhl.

“Tweetalige baby’s leren al heel snel dat objecten en gebeurtenissen twee namen hebben. Ze kunnen heel makkelijk switchen tussen deze verschillende etiketten. Dat is meteen een goede oefening voor hun brein”, aldus Kuhl.
De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door hersenscans te maken van baby’s die naar achtergrondgeluiden in verschillende talen luisterden. De kinderen waren allemaal tussen de zes en twaalf maanden oud. Gedurende deze periode stelt het menselijk brein zich in op de geluiden van de moedertaal.
Uit de studie bleek echter dat de hersenen van tweetalige kinderen nog erg actief werden als ze twee verschillende talen op hetzelfde moment hoorden. Het brein van baby’s die slechts vertrouwd waren met één taal, reageerde nauwelijks als er geluiden uit verschillende talen door elkaar heen werden afgespeeld.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Phonetics.
Volgens de onderzoekers suggereren de uitkomsten van het onderzoek dat het brein van een tweetalig kind gedurende een langere periode flexibel blijft op taalkundig gebied.
“Bij kinderen die maar met één taal worden opgevoed, vernauwt het taalkundig bewustzijn zich aan het einde van het eerste levensjaar”, aldus onderzoeker Adrian Garcia-Sierra. “Bij tweetalige baby’s gebeurt dit waarschijnlijk pas later.”

Bron: Nu.nl

Reageer»

Kinderen hebben gamen onder controle

Moniek Coorn-Baaij : 25 augustus 2011 21:21 : Algemeen, Hulpverleners, Nieuws, Ouders en andere geinteresseerden

85 procent van de kinderen vindt dat ze hun gamegedrag onder controle hebben, 3 procent vindt zichzelf gameverslaafd en 13 procent een beetje gameverslaafd. Dat blijkt uit onderzoek onder negenhonderd kinderen van 8 tot 14 jaar van het Jeugdjournaalpanel Jeugdpeil.
Verreweg de meeste kinderen gamen met vrienden die ze al kennen. Ruim 10 procent speelt wel eens tegen onbekenden op internet. Van hen heeft 12 procent ooit iets vervelends meegemaakt. De helft van de meisjes vertelt dit aan de ouders; jongens vertellen het meestal niet en doen ze dat toch, dan eerder aan vrienden dan ouders.
Gamen is niet goed voor je, zegt 40 procent van de kinderen, vooral omdat ze door het gamen minder buiten spelen. 25 procent vindt wel dat gamen goed is, want je zou er vrolijker en slimmer van worden. De verslaafde kinderen noemen gamen ‘gewoon te leuk’ en willen steeds een nieuw level bereiken.

Bron: NJI

Reageer»

Kans op tweede kind met autisme groter dan gedacht

Moniek Coorn-Baaij : 24 augustus 2011 21:17 : Algemeen, Hulpverleners, Nieuws, Ouders en andere geinteresseerden, Pervasieve Ontwikkelingsstoornis

Uit een groot Amerikaans onderzoek onder broertjes en zusjes met een oudere broer of zus met autisme, is gebleken dat de kans op een tweede kind met autisme binnen het gezin groter is dan gedacht. Uit de studie is gebleken dat de kans gemiddeld 18 procent is, terwijl dit voorheen werd geschat op 3 tot 10 procent.
Het onderzoek aan de Universiteit van Californië is uitgevoerd onder 664 kinderen jonger dan 3 jaar, met een oudere broer of zus met autisme. De kinderen waren aan het begin van de studie tussen de zes en acht maanden oud.
Voor het testen van de kinderen werd een speciaal voor autisme ontwikkelde tool gebruikt, waarmee de nonverbale en de verbale communicatie werden gemeten, maar ook de motoriek.
Bij 132 van de 664 kinderen die aan het onderzoek deelnemen, werd op 3-jarige leeftijd een stoornis in het autistisch spectrum vastgesteld. Van deze 132 kinderen kregen er 54 de diagnose autisme. De overige 78 kinderen bleken een aan autisme verwante stoornis te hebben.
Dat deze studie een hogere risicofactor laat zien dan eerdere onderzoeken, komt volgens de onderzoekers omdat er bij dit onderzoek andere criteria zijn gehanteerd. In dit eerste grote onderzoek naar autisme onder broers en zussen, werden de kinderen al gevolgd voordat de eventuele diagnose werd gesteld.
Volgens de onderzoekers zijn genen een belangrijke factor bij autisme, maar spelen ook andere niet-genetische factoren een rol. Die factoren zijn echter nog niet uitgekristalliseerd. Uit het onderzoek bleek wel dat bij gezinnen waar meerdere oudere kinderen met autisme voorkomen, er een verhoogd risico van zelfs 32 procent is op een volgend kind met autisme. Ook lopen mannen ook groter risico dan vrouwen. Dit laatste is ook in andere studies aangetoond.

Bron: Gezondheidsnet.nl / BBC op balansdigitaal.nl

Reageer»

Steeds meer kritiek op de DSM-V

Moniek Coorn-Baaij : 14 augustus 2011 21:30 : Algemeen, Hulpverleners, Nieuws, Probleemgebieden
Op 11 augustus 2011 publiceerde psy.nl een artikel over de toenemende kritiek van de DSM-V. Uit dit artikel wordt onderstaande overgenomen:

“Psychologen zouden meer afstand moeten nemen van de DSM, het classificatiesysteem van de psychiatrie. Dat vindt hoogleraar Klinische Psychologie Jan Derksen. De DSM mag slechts een bescheiden rol spelen in de psychologische diagnostiek. ‘Als een triangel in een orkest.’ Psychologen mengen zich op dit moment in de discussie over de totstandkoming van de DSM-5 en waarschuwen voor psychiatrisering van verdriet en pech. In juni sprak The British Psychological Society in een open brief haar grote bezorgdheid uit over het gemak waarmee psychische problemen als ‘ziekte’ of ‘stoornis’ worden gedefinieerd in de DSM-5. Huib van Dis, van het Nederlands Instituut van Psychologen, onderschreef de kritiek van zijn Britse collega’s in het dagblad Trouw. Jan Derksen, hoogleraar Klinische Psychologie aan de Radboud Universiteit, vindt het een verontrustende ontwikkeling dat de DSM in toenemende mate onderdeel uitmaakt van de psychologische praktijk. ‘Dat betekent een enorme verschraling van het rijke psychologisch-diagnostisch instrumentarium. Want let wel: met de DSM stel je geen diagnose, je classificeert een stoornis aan de buitenkant. Psychologische diagnostiek gaat veel dieper en kijkt ook naar de gezonde kanten van de cliënt, onderzoekt de levensloop en maakt gebruik van observaties en psychologische testen.’ Voor een deel krijgen psychologen de DSM opgedrongen, bijvoorbeeld door de afrekening van behandelingen in dbc’s, die gebaseerd zijn op de DSM-classificaties. Maar ook door de geprotocolleerde behandelpraktijk die vanuit DSM-categoriën is opgebouwd. En door de eisen die aan wetenschappelijk onderzoek worden gesteld. Derksen: ‘Je artikel wordt niet meer geaccepteerd als het onderzoek niet is gebaseerd op de DSM-classificatie’. Maar psychologen dienen ook de hand in eigen boezem te steken, vindt de hoogleraar. ‘Ze moeten zich veel kritischer verhouden tot de DSM en zich niet laten verleiden tot psychologisch reductionisme. De DSM moet slechts een bescheiden rol spelen in de diagnostiek. Vergelijk het met een triangel in een orkest.’ Derksen juicht de discussie over de DSM toe, die nu vanuit de psychologische beroepsgroep wordt aangezwengeld.”

Mijns inziens ben ik het eens met de heer Derksen. In de praktijk merk ik soms dat een conclusie van psychologisch onderzoek zich lastig laat classificeren in een categorie. Ook aan ouders is het heel belangrijk pom uit te leggen dat de DSM een classificatie systeem is. Dit betekent dat we bepaalde gedragingen clusteren binnen een diagnose. Persoonlijk vind ik de beschrijvende conclusie veel beter inzicht geven dan de DSM diagnose. Al vind ik het wel fijn dat de DSM-V straks geen onderscheidt meer maakt tussen de verschillende vormen van autisme, want het is soms nog lastig om met name de PDD-NOS en de Asperger van elkaar te onderscheiden. Wat betreft de kritiek op de persoonlijkheidsprobematiek, kan ik weinig aangeven, omdat ik met kinderen en jeugdigen werk.

Reageer»

Minister verlaagt de eigen bijdrage voor de GGz

Moniek Coorn-Baaij : 26 juli 2011 21:28 : Algemeen, Nieuws

De voorgenomen eigen bijdrage in de tweedelijns GGZ wordt verder verlaagd van € 275,- naar € 200,- per jaar. Behandelingen tot 100 minuten zullen een eigen bijdrage kennen van € 100,- per jaar. Mensen die onvrijwillig op basis van de Wet bopz worden opgenomen of in een crisis verkeren, worden uitgesloten van de eigen bijdrage. Ook jeugd tot 18 jaar is uitgesloten van het betalen van een eigen bijdrage. Dat schrijft minister Schippers (VWS) in een brief aan de Tweede Kamer. De eigen bijdrage wordt hiermee fors verlaagd ten opzichte van de maatregel eigen bijdrage in het regeerakkoord. Ook blijft de ‘behandeling kort’ alsnog in het basispakket. De bewindsvrouw komt hiermee tegemoet aan de motie-Van der Staaij/Bruins Slot die op 30 juni 2011 is aangenomen. De maatregelen zorgen voor een besparingsverlies van € 51 miljoen. De minister lost dat op door onder meer conform de motie-Van der Staaij/Bruins Slot het tarief van langdurige behandelingen (langer dan 18.000 minuten) te verlagen. Ook zegt ze de Kamer toe om voor 2013 samen met de veldpartijen op zoek te gaan naar alternatieve maatregelen. De bewindsvrouw verwacht veel van ontwikkelingen als e-Health, versterking eerstelijnszorg en het in eigen omgeving behandelen van patiënten in plaats van in een instelling. Ze wil deze afspraken gaan vastleggen in een bestuurlijke agenda met de veldpartijen.

 

Bron: Ministerie VWS, 26-07-2011

Reageer»

Omgeving speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van autisme.

Moniek Coorn-Baaij : 14 juli 2011 08:38 : Hulpverleners, Nieuws, Ouders en andere geinteresseerden, Pervasieve Ontwikkelingsstoornis

Uit een nieuwe studie van Amerikaanse wetenschappers blijkt dat omgevingsfactoren een grotere rol spelen bij het ontstaan van autisme dan tot nu toe werd aangenomen. Dat meldt het Britse tijdschrift New Scientist op basis van een onderzoek aan de Universiteit van Stanford. Het blijkt dat slechts in 37% van de gevallen autisme kan worden toegeschreven aan genetische aanleg. Bij 55% wordt het waarschijnlijk veroorzaakt door omgevingsfactoren. Omgevingsfactoren zijn bijvoorbeeld de leefomgeving van mensen, de omstandigheden waaronder ze zijn geboren en eventuele infecties waaraan ze zijn blootgesteld.

De wetenschappers hebben 192 tweelingen (zowel eeneiige als twee-eiige) onderzocht. Bij alle tweelingen had tenminste een van de twee kinderen een vorm van autisme. Het blijkt relatief zeldzaam te zijn dat één kind van de twee-eiige tweeling autisme ontwikkelt en de andere niet. Omdat de genen van twee-eiige tweelingen voor de helft verschillen, zou verwacht mogen worden dat het vaker voorkomt dat één van de twee autisme ontwikkelt.OmgevingDat het bij tweelingen vaak voorkomt dat allebei de kinderen autisme hebben, suggereert dat omgevingsfactoren een erg belangrijke rol spelen bij het ontstaan van autisme. In de meeste gevallen delen de tweelingen namelijk hun omgeving. Ze worden blootgesteld aan dezelfde bacteriën, drinken dezelfde moedermelk en verblijven na hun geboorte vaak in hetzelfde ziekenhuis.

De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Archives of General Psychiatry.Voorbeelden van omgevingsfactorenIn hun studie noemen de onderzoekers enkele specifieke voorbeelden van omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van autisme: het verloop van de zwangerschap (infecties of niet), de leeftijd van de ouders en het geboortecijfer in de omgeving.

Bron: New Scientist op Balans Digitaal

1 reactie »

Verzachting bezuinigingen GGz

Moniek Coorn-Baaij : 28 juni 2011 07:22 : Algemeen, Hulpverleners, Nieuws, Ouders en andere geinteresseerden

Minister Schippers wil de voorgenomen eigen bijdrage in de geestelijke gezondheidszorg verlagen van 295 euro naar 275 euro. Per jaar mag slechts een keer een eigen bijdrage gevraagd worden. Kortdurende behandelingen moeten ter compensatie uit het basispakket. Dat schrijft Minister Schippers in een brief aan de Tweede Kamer. Aan de vooravond van een grote landelijke protestactie tegen de bezuinigingsplannen in de geestelijke gezondheidszorg is minster Schippers met enkele verzachtende maatregelen gekomen voor de eigen bijdragen die cliënten moeten gaan betalen in de tweedelijns ggz.
Opstapeling van eigen bijdragen binnen een jaar is niet meer de bedoeling, zo laat de minister de Tweede Kamer weten. Er wordt per jaar slechts eenmaal een eigen bijdrage gevraagd van een ggz-cliënt. De hoogte van die eigen bijdrage wordt verlaagd van 295 euro naar 275 euro. Aan cliënten onder de achttien jaar, mensen in acute crisis en cliënten die gedwongen worden opgenomen wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Daarin is niets veranderd. Ook de eigen bijdrage van twintig euro per consult bij de eerstelijns psycholoog blijft gehandhaafd, net als het maximum van vijf zittingen dat vergoed wordt. Dat waren tot op heden acht zittingen.
Om de verzachting van de bezuinigingsvoorstellen gedeeltelijk te dekken, wil de minister de kortdurende behandelingen – tot 200 minuten – uit het basispakket halen. Haar eerdere voornemen om de behandeling van de aanpassingsstoornis uit het basispakket te halen blijft van kracht. Een aanpassingsstoornis is een psychische aandoening die optreedt als reactie op de emotionele en psychische stress als gevolg van belangrijke veranderingen in het leven. De minister hoopt dat mensen met minder zware psychische problemen hierdoor eerder bij de eerstelijns psycholoog zullen aankloppen.

 

Bron: Psy.nl, 27-06-2011

Reageer»

Tweede kamer wil dat kabinet opnieuw kijkt naar de bezuinigingen op PGB

Moniek Coorn-Baaij : 17 juni 2011 07:27 : Hulpverleners, Nieuws, Ouders en andere geinteresseerden

Het kabinet moet samen met belangenvereniging Per Saldo kijken naar alternatieven voor de bezuinigingen op het persoonsgebonden budget (pgb). Dat heeft een Kamermeerderheid in een motie gezegd.
Het kabinet besloot vorige maand dat slechts tien procent van de 130.000 mensen die nu een persoonsgebonden budget ontvangen om zelf zorg in te kopen, dat budget mogen houden. Psychiatrische patiënten vormen ongeveer eenderde van alle mensen die een pgb ontvangen. De Tweede Kamer verzoekt de regering nu in de motie om voor 23 juni in gesprek te gaan met Per Saldo en andere belangenorganisaties over alternatieve bezuinigingen. De regering moet de Kamer over de uitkomst informeren.Per Saldo-directeur Aline Saers staat nog niet te juichen over de aangenomen motie. ‘Ik ga er van uit dat er serieus naar de alternatieven wordt gekeken, maar dat moet ik nog zien. Tot op heden zijn de plannen voor het pgb in ieder geval dramatisch. ’
Per Saldo is het met het kabinet eens dat er teveel gebruik wordt gemaakt van de regeling, maar spreekt van een onbedoelde groei. Dat komt volgens de belangenvereniging onder meer omdat de zorg niet voorhanden is in het door zorgkantoren gecontracteerde aanbod. Ook gebruiken en zorg-in-natura aanbieders het pgb als oneigenlijk alternatief wanneer hun gecontracteerde aanbod ontoereikend is. Daarnaast zou de jeugdhulpverlening het pgb gebruiken om de problemen en tekorten in de jeugdzorg op te lossen. Bovendien stimuleren zorgbemiddelaars het gebruik van het pgb om hun eigen inkomsten te vergroten en ontbreken er maatregelen om betaling van mantelzorgers puur uit financieel gewin tegen te gaan.

De voorstellen van Per Saldo zouden dezelfde besparingen opleveren als de plannen van het kabinet, stelt Saers. ‘Ruim 40 procent kiest voor een pgb omdat ze de zorg niet voor elkaar krijgen binnen de natura zorg. Zij zouden dus eigenlijk liever die zorg in natura krijgen, wat ook mogelijk zou zijn als je de natura zorg flexibeler zou leveren. Daarnaast maakt ongeveer tien procent gebruik van een bemiddelingsbureau. Dat tikt aan. We hebben dit allemaal doorgerekend en komen met een hele gematigde schatting op 820 miljoen euro aan besparingen. Er valt dus een hoop te halen, als je het maar wilt zien.’

Reageer»
« Page 1, 2, 3, 4, 5 »

Categorieën

Archief