ADHD

Neurofeedback is niet effectief bij AHDH

donderdag, mei 26th, 2016 | ADHD, Hulpverleners, Nieuws | Geen reacties

Neurofeedback is geen effectieve aanpak van ADHD-symptomen. Dat blijkt uit onderzoek waarop Tieme Janssen op 25 mei promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Janssen vergeleek de behandeling van ruim honderd 7- tot 13-jarigen met ADHD. 31 kinderen kregen neurofeedbacktherapie, 31 kinderen slikten methylfenidaat, een veelgebruikte medicijn tegen ADHD-symptomen en een controlegroep van 34 kinderen kreeg een sporttraining.

Omdat methylfenidaat omstreden is en niet of onvoldoende effectief is bij een derde van de kinderen is er veel belangstelling voor alternatieve behandelingen bij ADHD. Bij neurofeedback proberen kinderen het functioneren van hun hersenen te beïnvloeden met behulp van een computerspel. De hoop was dat daardoor ook hun gedrag zou veranderen.

Uit het onderzoek blijkt dat neurofeedback, net als sport, niet effectief is, in tegenstelling tot medicatie. Janssen vond wel een effect van neurofeedback op de hersenenactiviteit, maar niet op het gedrag van de kinderen in de schoolklas.

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam, verkregen via NJI

Klasseninterventies helpen gedrag van kind met ADHD te verbeteren

vrijdag, april 10th, 2015 | ADHD, Nieuws | Geen reacties

Leraren kunnen het drukke en afgeleide gedrag van kinderen met ADHD verminderen door gericht in te grijpen, zo blijkt uit een grootschalige literatuurstudie van de Rijksuniversiteit Groningen, afdeling Psychologie. Het beste werkt een klasseninterventie waarbij gewenst gedrag wordt beloond in combinatie met corrigeren van ongewenst gedrag. Bovendien helpt het om deze kinderen te leren hun eigen gedrag te beoordelen of hoe ze een taak moeten aanpakken. Hun klasgenoten hebben ook baat bij deze aanpak. Deze reviewstudie werd gefinancierd vanuit het fundamentele onderwijsonderzoek (PROO) van het NRO.

Drie verschillende soorten klasseninterventies die allemaal effectief zijn, komen in het onderzoek naar voren. De eerste interventie verandert de omgeving waarin wordt geleerd, zoals de inrichting van de klas, taak of instructie. Dit heet de antecedent-gebaseerde interventie. Voorbeelden zijn de plaats van het kind in de klas, samenwerkend leren of instructie met behulp van de computer.

Een tweede interventie is de consequent-gebaseerde interventie. De basis daarvan is beloning van gewenst gedrag, door bijvoorbeeld complimenten of prijzen te geven. Vaak is is het ook nodig om ongewenst gedrag te corrigeren met terechtwijzingen of door punten af te trekken.

Zelfregulatie is de derde interventie. Daarbij leren leerlingen manieren om hun eigen gedrag en taakaanpak zelf te regelen. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze een opdracht in stapjes kunnen opdelen (zelfinstructie) en te beoordelen hoe goed ze hebben gewerkt bij een taakje (zelfmonitoring). De tweede en derde interventie hebben het sterkste effect.

Interventies geschikt voor de hele groep

Het onderzoek – dat vooral over het primair onderwijs ging – wijst bovendien uit dat de interventies het effectiefst zijn in reguliere klassen. Dat is volgens de onderzoekers gunstig omdat meer kinderen met ADHD in het gewone onderwijs terecht zullen komen, vanwege passend onderwijs. Bijkomend voordeel is dat deze interventies ook goed zijn voor de andere leerlingen in de klas. Leerkrachten hebben vaak het idee dat het niet eerlijk is voor de andere kinderen als ze ADHD-kinderen speciale aandacht geven. Maar deze interventies zijn niet alleen bedoeld voor het kind met ADHD, maar geschikt voor de hele groep.

Persoonlijke aanpak

Op welke manier een leraar ingrijpt, hangt af van de kenmerken van het kind en de functie van zijn of haar ADHD-gerelateerd gedrag. Als de taken bijvoorbeeld te moeilijk zijn, dan zijn antecedent-gebaseerde interventies (bijvoorbeeld de instructies of de moeilijkheid van de taak aanpassen) wellicht handig. Zelfregulatie is waarschijnlijk geschikter voor oudere kinderen of kinderen met minder ernstige ADHD-symptomen omdat daar ingewikkelder vaardigheden voor nodig zijn. Het is dus van belang om goed te bekijken wat een specifiek kind nodig heeft. Kinderen met ADHD die medicijnen slikken, profiteren mogelijk meer van klasseninterventies dan degenen zonder medicatie. De interventies hebben voor hen dus een nog groter voordeel.

Kennis leerkrachten

Leerkrachten hebben vaak niet genoeg kennis en vaardigheden om kinderen met ADHD goed te helpen. De onderzoekers pleiten er dan ook voor om leerkrachten te trainen in de genoemde effectieve klasseninterventies. Bij lastige gevallen hebben zij ondersteuning nodig van een psycholoog of orthopedagoog. De training komt niet alleen de ADHD-kinderen ten goede, maar ook de andere leerlingen en de leerkrachten zelf omdat zij meer vertrouwen krijgen in hoe ze met deze kinderen omgaan.

bron: NWO.nl, 27-03-2015

Neurofeedback voor adolescente jongens geen aanvullende waarde

Uit onderzoek blijkt dat neurofeedback geen aanvullende waarde heeft op de huidige standaardbehandeling -medicatie en/of gedragstherapie- bij adolescenten met ADHD. Is het mogelijk om gedrag te verbeteren door het trainen van hersenen met behulp van neurofeedback bij adolescenten met ADHD? Neurofeedback is een niet-farmacologische interventie die wordt aangeboden met als doel ADHD-klachten te verminderen. In het huidige onderzoek is de aanvullende waarde van neurofeedback op de huidige standaardbehandeling -medicatie en/of gedragstherapie- bij adolescenten met ADHD onderzocht.

Voor het onderzoek zijn bij meerdere GGz instellingen (GGzE, GGz Breburg and de Reinier van Arkel Groep) mannelijke adolescenten (12-24 jaar) met een diagnose ADHD geworven. Door middel van loting zijn de adolescenten verdeeld om al dan niet neurofeedback te krijgen. Voorgaande studies indiceren dat in vergelijking met jongeren zonder ADHD, jongeren met ADHD relatief meer ‘langzamere’ hersenengolven (theta) laten zien en minder ‘snellere’ hersengolven (SMR). Deze hersengolven kunnen beiden gerelateerd worden aan aandacht. Het doel van de training was daarom om de theta activiteit te verminderen en de SMR activiteit te stimuleren, in ongeveer 37 trainingssessies van 30 minuten. Na de trainingsperiode werden de 45 adolescenten die neurofeedback kregen vergeleken met 26 adolescenten die de training niet kregen.

Er is geen aanvullende waarde van neurofeedback gevonden op gedrag of cognitie bij adolescenten met ADHD. De adolescenten die neurofeedback kregen waren na de trainingsperiode evenveel op gedragsvragenlijsten en cognitieve taken verbeterd als de adolescenten die de training niet als aanvulling op de standaardbehandeling hadden gekregen. De huidige resultaten ondersteunen daarmee niet het gebruik van theta/SMR neurofeedback als aanvullende behandeling op standaardbehandeling om blijvende verbeteringen in gedrag of cognitie van adolescenten met ADHD te bewerkstelligen. Deze multicenter studie is een samenwerking tussen de GGzE en Tranzo/Tilburg University.
Het project wordt gefinancierd door ZonMw.

bron: website Tilburg University

Rijbewijs voor ADHD’er zonder keuring

woensdag, juni 27th, 2012 | ADHD, Nieuws | Geen reacties

Mensen die worden behandeld tegen de hyperactiviteitsstoornis ADHD hoeven niet meer elke 3 jaar te worden gekeurd.
De Tweede Kamer gaf minister Melanie Schultz (Infrastructuur) woensdag de opdracht de keuringen voor deze groep mensen per direct te laten stoppen.Mensen met ADHD moeten nu elke 3 jaar worden gekeurd. Volgens SP-Kamerlid Farshad Bashir, die een motie indiende om de keuringen van tafel te krijgen, kost dit automobilisten met ADHD onnodig honderden euro’s.Ook rijden mensen die behandeld worden tegen ADHD niet slechter dan anderen en wordt de ziekte met de jaren niet erger, betoogt hij. Bashir kreeg steun van de PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, lid-Brinkman en de PVV. Schultz was niet blij met de motie. Zij wilde een advies van de Gezondheidsraad afwachten, voordat ze een besluit zou nemen over de keuringen voor ADHD’ers die al worden behandeld.”Ik wil niet verantwoordelijk zijn – samen met de Kamer omdat u de motie steunt – als er toch een ongeluk gebeurt zonder dat ik het advies heb afgewacht”, stelde zij.Bashir wil zo snel mogelijk een brief van de minister waarin staat hoe ze de opdracht van de Kamer gaat uitvoeren. Ze moet onder meer het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen opdragen de keuringen niet meer uit te voeren.

Bron: Nu.nl, d.d. 27-06-2012

Aandacht en impulsiviteit hebben afzonderlijke genetische basis

donderdag, mei 10th, 2012 | ADHD, Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Maarten Loos zocht naar genetische mechanismen die impulsief gedrag en aandacht beïnvloeden. Bij de mens, rat en muis zijn aspecten van aandacht en impulsiviteit in vergelijkbare gedragstaken te meten, waardoor Loos resultaten uit deze diermodellen direct kon vertalen naar de mens. Hij ontdekte dat aandacht en impulsiviteit een afzonderlijke genetische basis hebben.

Aandachtsstoornissen en overmatige impulsiviteit komen voor bij meerdere psychiatrische ziektes, zoals ‘attention deficit hyperactivity disorder’ (ADHD) en verslaving. Genetische aanleg draagt voor een groot deel bij aan deze ziekten.
Aandacht en impulsiviteit bleken bij muizen een afzonderlijke genetische basis te hebben. Dit is van belang voor een juiste behandeling van ADHD. Het bevestigt het idee dat er subgroepen van ADHD-patiënten bestaan met voornamelijk symptomen van aandachtsstoornissen of impulsiviteit, die ieder hun eigen behandeling nodig hebben.

Loos onderzocht het gedrag van muizen en ratten en bracht verschillende genen in verband met impulsiviteit en aandacht, waaronder genen die betrokken zijn bij de signalering via neurotransmitter dopamine. Hij ontdekte dat ingrijpen in signaaloverdracht via deze genen in de prefrontale cortex van ratten een verandering in impulsiviteit veroorzaakt. Vervolgonderzoek naar de geïdentificeerde genen kan meer inzicht geven in de moleculaire processen die ten grondslag liggen aan psychiatrische ziektes. Dit kan een aanzet geven tot het ontwikkelen van nieuwe behandelingsmethoden.

 

Bron: balansdigitaal.nl, 06-05-2012
VU.nl, 06-05-2012

Van ADHD’er tot junkie

Meer geld binnenhalen voor onderzoek naar verslaving onder jongeren, veroorzaakt door ADHD. Dat is wat de stichting ICASA wil bereiken met de nieuwe crowdfunding-campagne ‘Maak je ook druk om verslaving bij ADHD’. Geurt van de Glind, onderzoeker bij ICASA, vertelt waarom er meer geld moet komen: “We weten te weinig over hoe de aandoening in elkaar steekt, terwijl er wel veel jongeren zijn die allerlei problemen krijgen door de symptomen ervan.”

Het verhaal van de 16-jarige Pascal Keijzer uit Hoogkarspel is onderdeel van de campagne. Op 30 april 2007 werd hij door een drugsdealer om het leven gebracht. Pascal had ADHD. Al op zijn 11e waren bij Pascal de symptomen van de stoornis aanwezig, terwijl de ouders van Pascal hier geen idee van hadden. Vader Jack Keijzer: “Hij raakte van slag, werd om niks boos, en wij begrepen er niets van.”

Pas toen Pascal 13 was en een aangrijpende zelfmoordbrief had geschreven, constateerde een psychiater dat hij leed aan ADHD. Keijzer: “Pascal bleef daardoor achter op school. Hij zei eens tegen me: ‘Pa, ik wil het wel goed doen, maar ik kán het niet’.” Zijn zoon kreeg vanaf die tijd Ritalin voorgeschreven, maar stopte met het gebruik van dit medicijn, zonder dat zijn ouders dit wisten. Keijzer: “Pascal werd steeds ongelukkiger en voelde zich onbegrepen. Om van dat vervelende gevoel af te komen, ging hij drugs gebruiken. Met als gevolg dat hij verslaafd werd en in de drugsscene belandde. Dat werd hem fataal.”
Pascals geval is volgens Van de Glind het worstcasescenario, als het gaat om ADHD en verslaving. “Maar in onze jeugdgevangenissen zitten wel degelijk kinderen vast, die door dit ziektebeeld in de criminaliteit zijn beland.” joost van der wegen

www.icasa-crowdfunding.org

 

Bron: Metro Nieuws, d.d. 09-05-2012

ADHD zichtbaar in de hersenen

Het is lastig om de diagnose ADHD te stellen, het gaat tenslotte om gedragsproblemen. Onderzoekers hebben nu echter afwijkingen in de hersenen van kinderen met ADHD ontdekt.
Deze ontdekking kan in de toekomst wellicht bijdragen aan het stellen van de diagnose. Op die manier zal het minder vaak voorkomen dat kinderen onterecht de diagnose ADHD krijgen, of dat kinderen met ADHD niet gediagnosticeerd worden.
HersenactiviteitMet behulp van een MRI-scan hebben onderzoekers van het Albert Einstein College of Medicine in New York de hersenen van 36 kinderen tussen de 9 en 15 jaar in kaart gebracht. De helft van deze kinderen had de diagnose ADHD. De onderzoekers vergeleken de hersenactiviteit van de kinderen tijdens het uitvoeren van verschillende taken.
Bij de kinderen met ADHD was de hersenactiviteit in verschillende hersengebieden anders. Het betrof vooral gebieden betrokken bij de verwerking van visuele informatie die aandacht vraagt. Ook was de communicatie tussen verschillende hersengebieden bij de kinderen met ADHD verstoord.
Concentratieproblemen”Onze resultaten laten zien dat kinderen met ADHD andere hersengebieden gebruiken om bepaalde informatie te verwerken.”, aldus onderzoeker Xiaobo Li. “Wellicht is dit de oorzaak van de problemen die de kinderen ervaren.” Volgens Li lag de aandacht in het ADHD-onderzoek veel te sterk op de impulsiviteit. “De concentratieproblemen zijn net zo belangrijk.”
ADHD, Attention Deficit/Hyperactivity Disorder, is een van de meest voorkomende aandoeningen bij kinderen. Globale kenmerken van ADHD zijn: hyperactiviteit, problemen met aandacht, druk gedrag en impulsiviteit. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat in Nederland 2 procent van de kinderen tussen vijf en veertien jaar ADHD of een ADHD-aanverwante stoornis heeft. Dat zijn ruim 40.000 kinderen. Een dubbel aantal kinderen heeft minder ernstige stoornissen of niet alle symptomen van ADHD.

 

Bron: A. Hoogland, gezondheidsnet

ADHD en Autisme Spectrum Stoornissen hebben veel overlap

Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD) en Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) worden in psychiatrische handboeken strikt van elkaar gescheiden. Pas de laatste jaren wordt duidelijk dat er overlap tussen beide aandoeningen is. Judith Nijmijer bracht deze overlap nader in kaart. Kinderen kunnen in de toekomst sneller één heldere (combinatie)diagnose krijgen. Dat scheelt frustratie en verwarring, zeker ook voor de ouders.

Voor haar proefschrift onderzocht Nijmeijer aard en oorsprong van ASS-symptomen bij kinderen met ADHD. Zij deed dat in een grote internationale databank met gegevens over kinderen met ADHD en hun familie. Kinderen met ADHD en hun broertjes en zusjes hebben meer ASS-symptomen dan gezonde controlekinderen, zo blijkt. Niet alleen hebben zij problemen in sociale interactie, maar ook communicatieproblemen en stereotype en rigide gedrag kwamen vaak voor. Ook blijkt dat broers en zussen op elkaar lijken wat betreft de ernst van de ASS symptomen.

De kans dat kinderen behalve ADHD ook ASS-symptomen hebben, is groter bij kinderen die bepaalde varianten van risicogenen hebben, maar alleen bij kinderen van wie de moeder rookte tijdens de zwangerschap, of die een laag geboortegewicht hadden. Deze bevindingen laten zien dat de interactie tussen genen en omgeving belangrijk is bij het ontstaan van ASS symptomen bij kinderen met ADHD.

Bron: Universiteit van Groningen, 31-5-2011

ADHD-gen ontdekt bij kinderen

Koreaanse biomedici hebben een genetische variant ontdekt die een rol lijkt te spelen bij het ontstaan van ADHD. Acht op de tien aangedane kinderen zouden deze variant in hun DNA bij zich dragen, tegen minder dan één op de tien gezonde leeftijdgenoten.

De wetenschappers bekeken bijna vierhonderd kinderen, van wie de helft ADHD had. Hun verdenking ging uit naar één gen: GIT1. Dit gen is betrokken bij de overdracht van signalen tussen zenuwcellen. De Koreanen stuitten op acht versies van het gen. Eén van die versies verdubbelde ruim de kans op ADHD, meldden de deskundigen gisteren in het vakblad Nature Medicine.

Om de oorzakelijke rol van de verdachte DNA-variant verder te bewijzen, kweekten de Koreanen muizen die ermee belast waren. De helft van deze dieren ging kort na de geboorte dood. De muizen die in leven bleven, waren twee keer zo druk als normaal. Ze hadden ook leer- en geheugenproblemen, net als kinderen met ADHD. De dieren kwamen van hun klachten af met ADHD-medicijnen. Eenmaal volwassen groeiden ze er overheen, net als de meeste mensen.

De Koreanen stellen dat ze een heuse ‘ADHD-muis’ hebben ontwikkeld: een nieuw onderzoeksmodel. Maar hebben ze ook dé oorzaak van ADHD blootgelegd? “Nee, daarvoor verhoogt hun DNA-variant de kans op de aandoening bij mensen te weinig”, reageert Jan Buitelaar, hoogleraar psychiatrie en ADHD-kenner in het UMC St Radboud in Nijmegen. “Je ziet niet voor niets dat ook gezonde kinderen deze variant bij zich dragen.”

De ontdekking past volgens de hoogleraar wel mooi in het beeld dat wetenschappers tegenwoordig over ADHD hebben. Er lijken tientallen veel vóórkomende genetische varianten te bestaan die elk de kans op ADHD licht verhogen. Hoe meer van die varianten een kind bij zich draagt, des te groter het risico. In theorie kunnen er ook mutaties bestaan die vrijwel altijd tot ADHD leiden, maar die zijn waarschijnlijk uiterst zeldzaam.

Na diverse grote genetische studies die bij kinderen met ADHD gedaan zijn, zit de wetenschap nu opgezadeld met zo’n 85 genen die ‘iets’ met ADHD te maken hebben. Maar wat precies?

De Nijmeegse promovendus Geert Poelmans heeft geprobeerd daar helderheid over te krijgen. In het American Journal of Psychiatry van deze maand veegt hij alle kennis bij elkaar. Hij concludeert dat 45 van de 85 genen een rol spelen bij de aanleg van de hersenen. Ze regelen de uitgroei van zenuwuitlopers en de vorming van netwerken tussen zenuwcellen. Ze bepalen kortom de bedrading in het brein, en daarmee de mogelijkheden voor interne communicatie.

Hoogleraar Buitelaar: “Vijftig jaar lang heeft de wetenschap vooral gekeken naar boodschapperstofjes waarmee zenuwcellen communiceren. Dat heeft wel wat opgeleverd, waaronder de huidige geneesmiddelen voor psychische aandoeningen. Maar we denken nu dat we het meer moeten zoeken in de aanleg van netwerken in het brein.” Het is de vraag of dit inzicht zal leiden tot meer begrip voor de gedragsstoornis. “Sommige mensen vinden ADHD sowieso flauwekul. De drukte van een kind hangt volgens hen vooral af van sociale omstandigheden. Wij zeggen dat ADHD in de netwerken van het brein zit, maar we kunnen het niet op een scan aanwijzen. Dat blijft voorlopig een probleem.”

Bron: Trouw.nl 18/04/2011

Hoe overleef ik … mijn ADHD?

Er is de laatste jaren steeds meer bekend geworden over ADHD. Wanneer kinderen de diagnose krijgen, wordt er gemengd op gereageerd. Het ene kid is blij dat hij of zij eindelijk de erkenning krijgt dat het kind er soms niets aan kan doen. Weer andere kinderen voelen zich in een hokje geplaatst en vinden het erg vervelend dat ze de diagnose hebben gekregen. Vaak bestaat de behandeling uit medicatie, ouderbegeleiding en begeleiding van het kind.

Voor ouders is het belangrijk dat zij veel structuur bieden in de omgeving van hun kind. Daarnaast zijn kinderen met ADHD vaak snel boos of impulsief. Als ouder is het belangrijk om te weten wat de boosheid kan triggeren zodat je als ouder de boosheid voor kan zijn of al in een vroeg stadium kan beteugelen. Daarnaast werkt een time-out goed als een kind echt boos is. Je hoeft de time-out niet als straf te zien, maar een methode waarvan het kind kan leren hoe hij of zij zichzelf uit een negatieve situatie kan halen. Het geven van keuzes helpt om het kind een gevoel van controle te geven. Daarnaast is voldoende slaap heel belangrijk. Het lastige met het slaapwaakritme van kinderen met ADHD is dat hun lichaam soms beperkt Melatonine aanmaakt. Melatonine maakt mensen slaperig. Hierdoor slapen kinderen met ADHD vaak wat later in. Tot slot: beperk de game-tijd, laat je kind veel buitenspelen en zijn energie op een goede manier uiten. Het allerbelangrijkste is dat je als ouder een goed rolmodel moet zijn voor je kind hoe je met bepaalde gevoelens om moet gaan.

Veel kinderen met ADHD krijgen ook medicatie naast hun eigen behandeling. Behandeling van ADHD bestaat altijd uit goede psycho-educatie. Daarnaast kan er, afhankelijk waar het kind de meeste moeite mee heeft, ook therapie zijn voor bijvoorbeeld het aanleren van planningsvaardigheden en sociale vaardigheden.
Vaak kan de medicatie een extra gunstig effect hebben op de begeleiding van kinderen. Daarnaast kan het gunstig werken voor het zelfvertrouwen van kinderen, omdat de medicatie hen helpt.

Toch zijn er veel mensen nog sceptisch ten opzichte van medicatie. Deels terecht, omdat medicatie een niet-lichaamseigen stof bevat. Ook heeft de medicatie enkele bijwerkingen die niet helemaal prettig zijn zoals een minder levendig gevoel en minder eetlust. Dit komt, omdat de methylphenidaat een remmende werking heeft op de hersens van een kind met ADHD. Hierdoor kan een kind beter focussen en is het kind minder hyperactief-impulsief zodat het minder negatief gedrag laat zien en minder negatieve reacties van zijn omgeving krijgt.
Dit klinkt logisch, maar vaak kan men zich hier moeilijk een beeld bij vormen, zeker als men zelf geen ADHD heeft. De EO heeft speciaal voor kinderen en jongeren een serie gemaakt over niet eerder vertelde gebeurtenissen waar kinderen en jongeren tegen aan kunnen lopen. In deze serie genaamd Verborgen Verhalen wordt er ook aandacht besteedt aan ADHD. Hoewel de aflevering nagespeeld is, berust het wel op een waargebeurd verhaal. In deze aflevering wordt mooi in kaart gebracht hoe een keus (wel of geen pillen) kan leiden tot bepaalde consequenties. Ook wordt er goed belicht waarom pubers soms hun pillen niet willen, namelijk dat ze niet levendig zijn. De aflevering kan men hieronder bekijken

Categorieën

Archief