Probleemgebieden

Autistisch kind ervaart dezelfde emoties als anderen

donderdag, maart 15th, 2018 | Nieuws, Pervasieve Ontwikkelingsstoornis | Geen reacties

Jonge kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) ervaren dezelfde emoties als kinderen zonder autisme, maar zij reageren op een andere manier. Dit concludeert orthopedagoog Gemma Zantinge, die op dit onderwerp in februari is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden.

Zantinge onderzocht kinderen met ASS in de voorschoolse leeftijd met instrumenten als eye-tracking en hartslagmetingen. De ervaren emoties van de kinderen wijken niet af van normale kinderen bij angstige en frustrerende situaties. Maar kinderen met ASS tonen wel ander gedrag en kiezen vaker voor niet-helpende strategieën om hun emoties te reguleren. Zij ventileren bijvoorbeeld minder hun emoties, vragen minder om hulp en geven eerder op. Voor een deel is dit te wijten aan problemen in de taalontwikkeling.

Het is belangrijk dat ouders en professionals zich ervan bewust zijn dat het waargenomen gedrag aan de buitenkant niet altijd overeenkomst met de emoties die het kind beleeft, zo schrijft Zantinge. Zij kunnen het kind helpen door bijvoorbeeld situaties te benoemen en suggesties te geven hoe het kan reageren. De voorschoolse periode is een periode waarin goed aan deze vaardigheden gewerkt kan worden.

Bron: Universiteit Leiden en NJI (d.d. 08-03-2018)

Neurofeedback is niet effectief bij AHDH

donderdag, mei 26th, 2016 | ADHD, Hulpverleners, Nieuws | Geen reacties

Neurofeedback is geen effectieve aanpak van ADHD-symptomen. Dat blijkt uit onderzoek waarop Tieme Janssen op 25 mei promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Janssen vergeleek de behandeling van ruim honderd 7- tot 13-jarigen met ADHD. 31 kinderen kregen neurofeedbacktherapie, 31 kinderen slikten methylfenidaat, een veelgebruikte medicijn tegen ADHD-symptomen en een controlegroep van 34 kinderen kreeg een sporttraining.

Omdat methylfenidaat omstreden is en niet of onvoldoende effectief is bij een derde van de kinderen is er veel belangstelling voor alternatieve behandelingen bij ADHD. Bij neurofeedback proberen kinderen het functioneren van hun hersenen te beïnvloeden met behulp van een computerspel. De hoop was dat daardoor ook hun gedrag zou veranderen.

Uit het onderzoek blijkt dat neurofeedback, net als sport, niet effectief is, in tegenstelling tot medicatie. Janssen vond wel een effect van neurofeedback op de hersenenactiviteit, maar niet op het gedrag van de kinderen in de schoolklas.

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam, verkregen via NJI

Klasseninterventies helpen gedrag van kind met ADHD te verbeteren

vrijdag, april 10th, 2015 | ADHD, Nieuws | Geen reacties

Leraren kunnen het drukke en afgeleide gedrag van kinderen met ADHD verminderen door gericht in te grijpen, zo blijkt uit een grootschalige literatuurstudie van de Rijksuniversiteit Groningen, afdeling Psychologie. Het beste werkt een klasseninterventie waarbij gewenst gedrag wordt beloond in combinatie met corrigeren van ongewenst gedrag. Bovendien helpt het om deze kinderen te leren hun eigen gedrag te beoordelen of hoe ze een taak moeten aanpakken. Hun klasgenoten hebben ook baat bij deze aanpak. Deze reviewstudie werd gefinancierd vanuit het fundamentele onderwijsonderzoek (PROO) van het NRO.

Drie verschillende soorten klasseninterventies die allemaal effectief zijn, komen in het onderzoek naar voren. De eerste interventie verandert de omgeving waarin wordt geleerd, zoals de inrichting van de klas, taak of instructie. Dit heet de antecedent-gebaseerde interventie. Voorbeelden zijn de plaats van het kind in de klas, samenwerkend leren of instructie met behulp van de computer.

Een tweede interventie is de consequent-gebaseerde interventie. De basis daarvan is beloning van gewenst gedrag, door bijvoorbeeld complimenten of prijzen te geven. Vaak is is het ook nodig om ongewenst gedrag te corrigeren met terechtwijzingen of door punten af te trekken.

Zelfregulatie is de derde interventie. Daarbij leren leerlingen manieren om hun eigen gedrag en taakaanpak zelf te regelen. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze een opdracht in stapjes kunnen opdelen (zelfinstructie) en te beoordelen hoe goed ze hebben gewerkt bij een taakje (zelfmonitoring). De tweede en derde interventie hebben het sterkste effect.

Interventies geschikt voor de hele groep

Het onderzoek – dat vooral over het primair onderwijs ging – wijst bovendien uit dat de interventies het effectiefst zijn in reguliere klassen. Dat is volgens de onderzoekers gunstig omdat meer kinderen met ADHD in het gewone onderwijs terecht zullen komen, vanwege passend onderwijs. Bijkomend voordeel is dat deze interventies ook goed zijn voor de andere leerlingen in de klas. Leerkrachten hebben vaak het idee dat het niet eerlijk is voor de andere kinderen als ze ADHD-kinderen speciale aandacht geven. Maar deze interventies zijn niet alleen bedoeld voor het kind met ADHD, maar geschikt voor de hele groep.

Persoonlijke aanpak

Op welke manier een leraar ingrijpt, hangt af van de kenmerken van het kind en de functie van zijn of haar ADHD-gerelateerd gedrag. Als de taken bijvoorbeeld te moeilijk zijn, dan zijn antecedent-gebaseerde interventies (bijvoorbeeld de instructies of de moeilijkheid van de taak aanpassen) wellicht handig. Zelfregulatie is waarschijnlijk geschikter voor oudere kinderen of kinderen met minder ernstige ADHD-symptomen omdat daar ingewikkelder vaardigheden voor nodig zijn. Het is dus van belang om goed te bekijken wat een specifiek kind nodig heeft. Kinderen met ADHD die medicijnen slikken, profiteren mogelijk meer van klasseninterventies dan degenen zonder medicatie. De interventies hebben voor hen dus een nog groter voordeel.

Kennis leerkrachten

Leerkrachten hebben vaak niet genoeg kennis en vaardigheden om kinderen met ADHD goed te helpen. De onderzoekers pleiten er dan ook voor om leerkrachten te trainen in de genoemde effectieve klasseninterventies. Bij lastige gevallen hebben zij ondersteuning nodig van een psycholoog of orthopedagoog. De training komt niet alleen de ADHD-kinderen ten goede, maar ook de andere leerlingen en de leerkrachten zelf omdat zij meer vertrouwen krijgen in hoe ze met deze kinderen omgaan.

bron: NWO.nl, 27-03-2015

Meer ‘knooppunten’ in brein van jongeren met autisme

Jongeren met autisme hebben bijzonder veel knooppunten van zenuwcellen in hun hersenen, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Normaal gesproken verdwijnt ruim de helft van deze zogenoemde synapsen aan het einde van de kindertijd door een proces dat pruning wordt genoemd. Bij jongeren met autisme wordt echter gemiddeld slechts 16 procent van deze hersenverbindingen ‘gesnoeid’. Dat melden onderzoekers van Columbia University in het wetenschappelijk tijdschrift Neuron. De wetenschappers bestudeerden de hersenen van dertien jongeren met autisme die waren overleden op een leeftijd tussen de 13 en 20 jaar. Ter vergelijking werd de hersenen onderzocht van twintig overleden jongeren die geen autisme hadden. Het verschil in het aantal synapsen aan het einde van de kindertijd was volgens hoofdonderzoeker David Sulver zeer opvallend. “Het is voor het eerst dat iemand een gebrek aan pruning heeft ontdekt tijdens de ontwikkeling van kinderen met autisme”, verklaart hij op de nieuwssite van Columbia University.   “Hoewel mensen meestal denken dat er nieuwe hersenverbindingen moeten worden gevormd als we iets leren, is de verwijdering van ongebruikte synapsen waarschijnlijk net zo belangrijk.” Veel synapsen in het brein van autistische jongeren blijven waarschijnlijk onaangetast, omdat een overactief eiwit met de naam mTOR het ‘snoeiproces’ verstoort. Uit onderzoeken bij muizen met een vorm autisme bleek dat pruning kan worden aangewakkerd door de dieren medicijnen toe te dienen die de aanmaak van mTOR onderdrukken. Veel autistisch gedrag van de dieren verdween als gevolg van de behandeling. Het is nog onduidelijk of een eenzelfde soort medicijn ook bij mensen zou kunnen werken. Maar de wetenschappers hopen dat een vergelijkbare behandeling ooit kan worden gebruikt om bepaalde symptomen van autisme te onderdrukken

 

bron: NU.nl d.d. 22-08-2014

Neurofeedback voor adolescente jongens geen aanvullende waarde

Uit onderzoek blijkt dat neurofeedback geen aanvullende waarde heeft op de huidige standaardbehandeling -medicatie en/of gedragstherapie- bij adolescenten met ADHD. Is het mogelijk om gedrag te verbeteren door het trainen van hersenen met behulp van neurofeedback bij adolescenten met ADHD? Neurofeedback is een niet-farmacologische interventie die wordt aangeboden met als doel ADHD-klachten te verminderen. In het huidige onderzoek is de aanvullende waarde van neurofeedback op de huidige standaardbehandeling -medicatie en/of gedragstherapie- bij adolescenten met ADHD onderzocht.

Voor het onderzoek zijn bij meerdere GGz instellingen (GGzE, GGz Breburg and de Reinier van Arkel Groep) mannelijke adolescenten (12-24 jaar) met een diagnose ADHD geworven. Door middel van loting zijn de adolescenten verdeeld om al dan niet neurofeedback te krijgen. Voorgaande studies indiceren dat in vergelijking met jongeren zonder ADHD, jongeren met ADHD relatief meer ‘langzamere’ hersenengolven (theta) laten zien en minder ‘snellere’ hersengolven (SMR). Deze hersengolven kunnen beiden gerelateerd worden aan aandacht. Het doel van de training was daarom om de theta activiteit te verminderen en de SMR activiteit te stimuleren, in ongeveer 37 trainingssessies van 30 minuten. Na de trainingsperiode werden de 45 adolescenten die neurofeedback kregen vergeleken met 26 adolescenten die de training niet kregen.

Er is geen aanvullende waarde van neurofeedback gevonden op gedrag of cognitie bij adolescenten met ADHD. De adolescenten die neurofeedback kregen waren na de trainingsperiode evenveel op gedragsvragenlijsten en cognitieve taken verbeterd als de adolescenten die de training niet als aanvulling op de standaardbehandeling hadden gekregen. De huidige resultaten ondersteunen daarmee niet het gebruik van theta/SMR neurofeedback als aanvullende behandeling op standaardbehandeling om blijvende verbeteringen in gedrag of cognitie van adolescenten met ADHD te bewerkstelligen. Deze multicenter studie is een samenwerking tussen de GGzE en Tranzo/Tilburg University.
Het project wordt gefinancierd door ZonMw.

bron: website Tilburg University

Dyslexie veroorzaakt door hersenblokkade

vrijdag, december 6th, 2013 | Leerstoornis, Nieuws | Geen reacties

Dyslexie wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een blokkade in de hersenen, zo blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek. Het gaat om een falende verbinding tussen hersengebieden waar klanken worden opgeslagen en het gebied van Broca in de grote hersenen, dat deze klanken omzet in taal. De eerste opslag van informatie verloopt – anders dan tot nu toe werd gedacht – zonder problemen bij mensen met dyslexie. Dat melden onderzoekers van de Katholieke Universiteit Leuven in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen op basis van hersenscans. Bij het onderzoek kregen 23 proefpersonen met dyslexie en 22 mensen zonder dyslexie verschillende klanken te horen, terwijl ze in een scanner lagen. Bij alle proefpersonen bleek het hersendeel waarin klanken worden verwerkt (de auditieve cortex) goed te functioneren. Dat was verrassend omdat tot nu toe werd aangenomen dat dyslexie werd veroorzaakt door een falende eerste verwerking van klanken.

Uit het onderzoek bleek echter dat er bij mensen met dyslexie iets misgaat in de communicatie tussen de auditieve cortex en het gebied van Broca. Het taalverwerkingsgebied krijgt daardoor niet altijd de juiste informatie. “Vergelijk het met een computernetwerk”, verklaart hoofdonderzoeker Bart Boets op EOS Wetenschap. “We dachten tot nu toe dat de informatie die opgeslagen was op de server niet correct was, omdat deze niet juist was geregistreerd. Nu weten we dat de informatie op de server klopt, maar dat het verkeerd loopt bij de toegang tot die informatie.”

Dyslexie leidt vooral tot problemen bij het lezen. Ook dat heeft echter met klanken te maken. Bij het lezen worden lettercombinaties namelijk eerst omgezet in klanken die vervolgens door de hersenen worden verwerkt.  De wetenschappers hopen dat de nieuwe ontdekking leidt tot betere behandelingen van dyslexie. “Dit nieuwe inzicht schept perspectieven om meer effectieve interventies te ontwikkelen die specifiek gericht zijn op het verbeteren van de verbinding tussen frontale en temporale taalgebieden”, aldus Boets op de nieuwssite van de Katholieke Universiteit Leuven.

bron: nu.nl

Rijbewijs voor ADHD’er zonder keuring

woensdag, juni 27th, 2012 | ADHD, Nieuws | Geen reacties

Mensen die worden behandeld tegen de hyperactiviteitsstoornis ADHD hoeven niet meer elke 3 jaar te worden gekeurd.
De Tweede Kamer gaf minister Melanie Schultz (Infrastructuur) woensdag de opdracht de keuringen voor deze groep mensen per direct te laten stoppen.Mensen met ADHD moeten nu elke 3 jaar worden gekeurd. Volgens SP-Kamerlid Farshad Bashir, die een motie indiende om de keuringen van tafel te krijgen, kost dit automobilisten met ADHD onnodig honderden euro’s.Ook rijden mensen die behandeld worden tegen ADHD niet slechter dan anderen en wordt de ziekte met de jaren niet erger, betoogt hij. Bashir kreeg steun van de PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, lid-Brinkman en de PVV. Schultz was niet blij met de motie. Zij wilde een advies van de Gezondheidsraad afwachten, voordat ze een besluit zou nemen over de keuringen voor ADHD’ers die al worden behandeld.”Ik wil niet verantwoordelijk zijn – samen met de Kamer omdat u de motie steunt – als er toch een ongeluk gebeurt zonder dat ik het advies heb afgewacht”, stelde zij.Bashir wil zo snel mogelijk een brief van de minister waarin staat hoe ze de opdracht van de Kamer gaat uitvoeren. Ze moet onder meer het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen opdragen de keuringen niet meer uit te voeren.

Bron: Nu.nl, d.d. 27-06-2012

Aandacht en impulsiviteit hebben afzonderlijke genetische basis

donderdag, mei 10th, 2012 | ADHD, Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Maarten Loos zocht naar genetische mechanismen die impulsief gedrag en aandacht beïnvloeden. Bij de mens, rat en muis zijn aspecten van aandacht en impulsiviteit in vergelijkbare gedragstaken te meten, waardoor Loos resultaten uit deze diermodellen direct kon vertalen naar de mens. Hij ontdekte dat aandacht en impulsiviteit een afzonderlijke genetische basis hebben.

Aandachtsstoornissen en overmatige impulsiviteit komen voor bij meerdere psychiatrische ziektes, zoals ‘attention deficit hyperactivity disorder’ (ADHD) en verslaving. Genetische aanleg draagt voor een groot deel bij aan deze ziekten.
Aandacht en impulsiviteit bleken bij muizen een afzonderlijke genetische basis te hebben. Dit is van belang voor een juiste behandeling van ADHD. Het bevestigt het idee dat er subgroepen van ADHD-patiënten bestaan met voornamelijk symptomen van aandachtsstoornissen of impulsiviteit, die ieder hun eigen behandeling nodig hebben.

Loos onderzocht het gedrag van muizen en ratten en bracht verschillende genen in verband met impulsiviteit en aandacht, waaronder genen die betrokken zijn bij de signalering via neurotransmitter dopamine. Hij ontdekte dat ingrijpen in signaaloverdracht via deze genen in de prefrontale cortex van ratten een verandering in impulsiviteit veroorzaakt. Vervolgonderzoek naar de geïdentificeerde genen kan meer inzicht geven in de moleculaire processen die ten grondslag liggen aan psychiatrische ziektes. Dit kan een aanzet geven tot het ontwikkelen van nieuwe behandelingsmethoden.

 

Bron: balansdigitaal.nl, 06-05-2012
VU.nl, 06-05-2012

Van ADHD’er tot junkie

Meer geld binnenhalen voor onderzoek naar verslaving onder jongeren, veroorzaakt door ADHD. Dat is wat de stichting ICASA wil bereiken met de nieuwe crowdfunding-campagne ‘Maak je ook druk om verslaving bij ADHD’. Geurt van de Glind, onderzoeker bij ICASA, vertelt waarom er meer geld moet komen: “We weten te weinig over hoe de aandoening in elkaar steekt, terwijl er wel veel jongeren zijn die allerlei problemen krijgen door de symptomen ervan.”

Het verhaal van de 16-jarige Pascal Keijzer uit Hoogkarspel is onderdeel van de campagne. Op 30 april 2007 werd hij door een drugsdealer om het leven gebracht. Pascal had ADHD. Al op zijn 11e waren bij Pascal de symptomen van de stoornis aanwezig, terwijl de ouders van Pascal hier geen idee van hadden. Vader Jack Keijzer: “Hij raakte van slag, werd om niks boos, en wij begrepen er niets van.”

Pas toen Pascal 13 was en een aangrijpende zelfmoordbrief had geschreven, constateerde een psychiater dat hij leed aan ADHD. Keijzer: “Pascal bleef daardoor achter op school. Hij zei eens tegen me: ‘Pa, ik wil het wel goed doen, maar ik kán het niet’.” Zijn zoon kreeg vanaf die tijd Ritalin voorgeschreven, maar stopte met het gebruik van dit medicijn, zonder dat zijn ouders dit wisten. Keijzer: “Pascal werd steeds ongelukkiger en voelde zich onbegrepen. Om van dat vervelende gevoel af te komen, ging hij drugs gebruiken. Met als gevolg dat hij verslaafd werd en in de drugsscene belandde. Dat werd hem fataal.”
Pascals geval is volgens Van de Glind het worstcasescenario, als het gaat om ADHD en verslaving. “Maar in onze jeugdgevangenissen zitten wel degelijk kinderen vast, die door dit ziektebeeld in de criminaliteit zijn beland.” joost van der wegen

www.icasa-crowdfunding.org

 

Bron: Metro Nieuws, d.d. 09-05-2012

WAIS-IV NL komt naar Nederland

donderdag, maart 15th, 2012 | Artikelen, Intelligentie, Onderzoeksmateriaal | 4 reacties

Vanaf de zomer 2012 zal Pearson de WAIS-IV NL uitbrengen. Er zijn enkele subtesten toegevoegd en er zijn ook enkele zaken veranderd in de factor en index-structuur. De WAIS-IV NL heeft als doel om de algemene intelligentie te meten van adolescenten en volwassenen. De WAIS-IV NL zal bestaan uit 15 subtesten die uiteindelijk de factoren Verbaal Begrip, Perceptueel Redeneren, Werkgeheugen en Verwerkingssnelheid.  Het Verbaal Intelligentie Quotient (VIQ) en Performaal Intelligentie Quotient (PIQ) zijn komen ter vervallen. Er zijn enkele nieuwe subtests om het meten van ‘fluid reasoning, werkgeheugen en verwerkingssnelheid te verbeteren.

Verbaal Begrip Index
Het Verbaal Begrip bestaat uit de subtesten:

  • Overeenkomsten
  • Woordenschat
  • Informatie
  • (Begrijpen) – deze subtest is optioneel

Perceptueel Redeneren Index
Perceptueel Redeneren bestaat uit de volgende subtests:

  • Blokpatronen
  • Matrix Redeneren
  • Figuur Samenstellen*
  • (Gewichten*) – deze subtest is optioneel
  • (Onvolledige Tekeningen) – deze subtest is optioneel

Werkgeheugen Index
Het Werkgeheugen bestaat uit de volgende subtesten:

  • Cijferreeksen
  • Rekenen
  • (Cijfers en Letters nazeggen) – deze subtest is optioneel

Verwerkingssnelheid Index
De Verwerkingssnelheid bestaat uit de volgende subtesten:

  • Symbool Zoeken
  • Symbool Substitutie Coderen
  • (Figuur Zoeken*) – deze subtest is optioneel.

 

De subtesten waar een * achterstaan zijn nieuwe subtesten.

Figuur samenstellen:
Dit is een visuele versie van de subtest Figuur Leggen. De cliënt ziet een volledige puzzel en selecteert uit zes mogelijkheden drie antwoordmogelijkheden waarmee, wanneer deze gecombineerd worden, de puzzel kan worden nagemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewichten: Bij dit onderdeel wordt er gewerkt binnen een specifieke tijdslimiet, waarin de cliënt een afbeelding ziet met een ontbrekend gewicht of ontbrekende gewichten. De cliënt moet de antwoordmogelijkheid selecteren die de schaal in balans houdt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur Zoeken: Ook bij deze subtest wordt er binnen een specifieke tijdslimiet gewerkt, waarin de cliënt een aantal vormen in een bepaalde opstelling bekijkt en doelvormen markeert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot slot heeft de WAIS-IV NL ook de mogelijkheid om processcores te berekenen. Deze zijn ontworpen om meer gedetailleerde informatie te verkrijgen over de cognitieve vaardigheden die bijdragen aan de prestaties op een subtest. Bij Blokpatronen wordt een processcore berekend door de prestaties zonder extra tijdsbnonuspunten te berekenen. Ook bij Cijfers en Letters Nazeggen wordt een processcore berekend. Dit is het aantal cijfers en letters dat de clieënt zich herinnert van de laatste correct uitgevoerde reeks.

Bij het onderdeel Cijferreeksen worden maar liefst zes processcores berekend. Er zijn drie processcores die de prestaties van een cliënt op de drie Cijferreeks-taken vertegenwoordigt. Daarnaast zijn er drie processcores die het aantal cijfers dat de cliënt zich herinnert van de laatste correct uitgevoerde reeks op Cijferreeksen Voorwaarts, Achterwaarts en Sorteren vertegenwoordigt.

Tot slot houdt de WAIS-III NL meer rekening met mensen met specifieke problemen, zoals gezichtsproblemen, gehoorproblemen en reactiesnelheid bij ouderen. Daarnaast zijn de psychometrische eigenschappen verbeterd en is de afnameduur van de kernbatterij verkort door betere afbreekregels. Ook zijn er nieuwe normen, uitgebreidere TIQ ranges, verbeterde factorscores en verminderde vloer- en plafondeffecten.

Categorieën

Archief