Ouders en andere geinteresseerden

Autisme is er in minstens twee vormen

Uit onderzoek blijkt dat er zeker twee vormen van autisme zijn die elk hun eigen oorzaak hebben.Onderzoeker David Amaral bestudeerde 350 kinderen met autisme en ontdekte zo dat de aandoening meerdere types kent. De resultaten werden gisteren tijdens de Asia Pacific Autism Conference gepresenteerd. Sommige kinderen met autisme blijken een afwijking te hebben in de groei van hun hersenen. Hun brein begint wanneer ze vier of vijf maanden oud zijn opvallend groot te worden. Wanneer ze achttien of 24 maanden oud zijn, beginnen ze symptomen van autisme te vertonen. Deze vorm van autisme bleek enkel voor te komen onder jongens. Andere kinderen hadden die afwijking niet, maar vertoonden in de eerste twaalf maanden van hun leven al symptomen van autisme. “De biologische oorzaak van autisme is bij deze kinderen waarschijnlijk heel anders dan bij de kinderen met een abnormale groei van het brein,” zo concludeert Amaral.“Het is absoluut duidelijk dat er verschillende subtypes van autisme zijn.” Amaral vermoedt dat dit nog maar een tipje van de ijsberg is en dat er nog veel meer soorten autisme ontdekt zullen worden. Hij benadrukt dat het opsporen van deze verschillende types heel belangrijk is. Alleen zo kan autisme effectief behandeld worden. Want elke vorm van autisme heeft een eigen oorzaak en vraagt dus om een andere behandeling.

Bron: www.scientias.nl

Tweetalige opvoeding heeft invloed op brein baby

maandag, augustus 29th, 2011 | Algemeen, Nieuws, Ouders en andere geinteresseerden | Geen reacties

Een tweetalige opvoeding heeft een aantoonbare invloed op de hersenen van baby’s. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers ontdekt. Als baby’s opgroeien in een tweetalige omgeving blijft hun brein tot een jaar na hun geboorte gevoelig voor vreemde woorden. De hersenen van baby’s die slechts met één taal worden geconfronteerd, reageren na tien maanden nauwelijks nog op klanken en woorden uit andere talen. Dat meldt nieuwssite Physorg.com op basis van een onderzoek van wetenschappers aan de Universiteit van Washington.“Het tweetalige brein is fascinerend, omdat het menselijke vermogen om flexibel te denken er in wordt weerspiegeld”, verklaart hoofdonderzoekster Patricia Kuhl.

“Tweetalige baby’s leren al heel snel dat objecten en gebeurtenissen twee namen hebben. Ze kunnen heel makkelijk switchen tussen deze verschillende etiketten. Dat is meteen een goede oefening voor hun brein”, aldus Kuhl.
De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door hersenscans te maken van baby’s die naar achtergrondgeluiden in verschillende talen luisterden. De kinderen waren allemaal tussen de zes en twaalf maanden oud. Gedurende deze periode stelt het menselijk brein zich in op de geluiden van de moedertaal.
Uit de studie bleek echter dat de hersenen van tweetalige kinderen nog erg actief werden als ze twee verschillende talen op hetzelfde moment hoorden. Het brein van baby’s die slechts vertrouwd waren met één taal, reageerde nauwelijks als er geluiden uit verschillende talen door elkaar heen werden afgespeeld.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Phonetics.
Volgens de onderzoekers suggereren de uitkomsten van het onderzoek dat het brein van een tweetalig kind gedurende een langere periode flexibel blijft op taalkundig gebied.
“Bij kinderen die maar met één taal worden opgevoed, vernauwt het taalkundig bewustzijn zich aan het einde van het eerste levensjaar”, aldus onderzoeker Adrian Garcia-Sierra. “Bij tweetalige baby’s gebeurt dit waarschijnlijk pas later.”

Bron: Nu.nl

Kinderen hebben gamen onder controle

85 procent van de kinderen vindt dat ze hun gamegedrag onder controle hebben, 3 procent vindt zichzelf gameverslaafd en 13 procent een beetje gameverslaafd. Dat blijkt uit onderzoek onder negenhonderd kinderen van 8 tot 14 jaar van het Jeugdjournaalpanel Jeugdpeil.
Verreweg de meeste kinderen gamen met vrienden die ze al kennen. Ruim 10 procent speelt wel eens tegen onbekenden op internet. Van hen heeft 12 procent ooit iets vervelends meegemaakt. De helft van de meisjes vertelt dit aan de ouders; jongens vertellen het meestal niet en doen ze dat toch, dan eerder aan vrienden dan ouders.
Gamen is niet goed voor je, zegt 40 procent van de kinderen, vooral omdat ze door het gamen minder buiten spelen. 25 procent vindt wel dat gamen goed is, want je zou er vrolijker en slimmer van worden. De verslaafde kinderen noemen gamen ‘gewoon te leuk’ en willen steeds een nieuw level bereiken.

Bron: NJI

Kans op tweede kind met autisme groter dan gedacht

Uit een groot Amerikaans onderzoek onder broertjes en zusjes met een oudere broer of zus met autisme, is gebleken dat de kans op een tweede kind met autisme binnen het gezin groter is dan gedacht. Uit de studie is gebleken dat de kans gemiddeld 18 procent is, terwijl dit voorheen werd geschat op 3 tot 10 procent.
Het onderzoek aan de Universiteit van Californië is uitgevoerd onder 664 kinderen jonger dan 3 jaar, met een oudere broer of zus met autisme. De kinderen waren aan het begin van de studie tussen de zes en acht maanden oud.
Voor het testen van de kinderen werd een speciaal voor autisme ontwikkelde tool gebruikt, waarmee de nonverbale en de verbale communicatie werden gemeten, maar ook de motoriek.
Bij 132 van de 664 kinderen die aan het onderzoek deelnemen, werd op 3-jarige leeftijd een stoornis in het autistisch spectrum vastgesteld. Van deze 132 kinderen kregen er 54 de diagnose autisme. De overige 78 kinderen bleken een aan autisme verwante stoornis te hebben.
Dat deze studie een hogere risicofactor laat zien dan eerdere onderzoeken, komt volgens de onderzoekers omdat er bij dit onderzoek andere criteria zijn gehanteerd. In dit eerste grote onderzoek naar autisme onder broers en zussen, werden de kinderen al gevolgd voordat de eventuele diagnose werd gesteld.
Volgens de onderzoekers zijn genen een belangrijke factor bij autisme, maar spelen ook andere niet-genetische factoren een rol. Die factoren zijn echter nog niet uitgekristalliseerd. Uit het onderzoek bleek wel dat bij gezinnen waar meerdere oudere kinderen met autisme voorkomen, er een verhoogd risico van zelfs 32 procent is op een volgend kind met autisme. Ook lopen mannen ook groter risico dan vrouwen. Dit laatste is ook in andere studies aangetoond.

Bron: Gezondheidsnet.nl / BBC op balansdigitaal.nl

Maken van een mindmap, nu nog eenvoudiger!

Al enige tijd ben ik geïnteresseerd in Mindmaps. Veel kinderen die ik begeleid vanuit de GGz vertellen mij dat ze van o.a. studiecoaches steeds vaker leren hoe je een mindmap kan maken. Op internet kun je veel methoden vinden, maar onlangs ben ik in contact gekomen met Maaike de Haan. Zij is kindercoach en gespecialiseerd in beelddenken en hoogbegaafdheid. Dit zijn termen die men steeds vaker gebruikt. De meningen zijn verdeeld of dit wel “labeltjes” zijn of niet.

Mijn interesse heeft het inmiddels gewekt en Maaike de Haan legt ook mooi uit dat mensen alleen hun linkerkant gebruiken wanneer je huiswerk maakt, planning maakt of notities maakt. Dit komt doordat in dit gedeelte o.a. logica, orde & patronen, woorden, theorie en kennis gelokaliseerd zijn. De rechterhersenhelft wordt veel meer gebruikt bij gevoel, verbeelding, beelden, ervaring en praktijk. Eigenlijk gebruiken mensen dus maar één hersenhelft. Het maken van een mindmap, of een overzicht tekening (zoals Maaike de Haan het noemt), kan helpen om beide hersenhelften te gebruiken. Een groot voordeel hiervan is dat je dingen beter kan herinneren, beter ideeën kan bedenken, je tijd nuttiger gebruikt, tijd besparing, je betere aantekeningen maakt en daardoor betere prestaties behaalt (De Haan, 2011).

Een programma dat kan helpen bij het maken van mindmaps is iMindMap van ThinkBuzan. Als proef op de som heb ik het programma gedownload. De trial en basisversie zijn gratis. Het is een fijn programma en voor kinderen heel leuk. Het ziet er aantrekkelijk uit en de bediening is heel simpel.
Er zijn meerdere programma’s beschikbaar. Via deze link vindt men een overzicht met meerdere programma’s.

Omgeving speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van autisme.

Uit een nieuwe studie van Amerikaanse wetenschappers blijkt dat omgevingsfactoren een grotere rol spelen bij het ontstaan van autisme dan tot nu toe werd aangenomen. Dat meldt het Britse tijdschrift New Scientist op basis van een onderzoek aan de Universiteit van Stanford. Het blijkt dat slechts in 37% van de gevallen autisme kan worden toegeschreven aan genetische aanleg. Bij 55% wordt het waarschijnlijk veroorzaakt door omgevingsfactoren. Omgevingsfactoren zijn bijvoorbeeld de leefomgeving van mensen, de omstandigheden waaronder ze zijn geboren en eventuele infecties waaraan ze zijn blootgesteld.

De wetenschappers hebben 192 tweelingen (zowel eeneiige als twee-eiige) onderzocht. Bij alle tweelingen had tenminste een van de twee kinderen een vorm van autisme. Het blijkt relatief zeldzaam te zijn dat één kind van de twee-eiige tweeling autisme ontwikkelt en de andere niet. Omdat de genen van twee-eiige tweelingen voor de helft verschillen, zou verwacht mogen worden dat het vaker voorkomt dat één van de twee autisme ontwikkelt.OmgevingDat het bij tweelingen vaak voorkomt dat allebei de kinderen autisme hebben, suggereert dat omgevingsfactoren een erg belangrijke rol spelen bij het ontstaan van autisme. In de meeste gevallen delen de tweelingen namelijk hun omgeving. Ze worden blootgesteld aan dezelfde bacteriën, drinken dezelfde moedermelk en verblijven na hun geboorte vaak in hetzelfde ziekenhuis.

De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Archives of General Psychiatry.Voorbeelden van omgevingsfactorenIn hun studie noemen de onderzoekers enkele specifieke voorbeelden van omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van autisme: het verloop van de zwangerschap (infecties of niet), de leeftijd van de ouders en het geboortecijfer in de omgeving.

Bron: New Scientist op Balans Digitaal

Verzachting bezuinigingen GGz

Minister Schippers wil de voorgenomen eigen bijdrage in de geestelijke gezondheidszorg verlagen van 295 euro naar 275 euro. Per jaar mag slechts een keer een eigen bijdrage gevraagd worden. Kortdurende behandelingen moeten ter compensatie uit het basispakket. Dat schrijft Minister Schippers in een brief aan de Tweede Kamer. Aan de vooravond van een grote landelijke protestactie tegen de bezuinigingsplannen in de geestelijke gezondheidszorg is minster Schippers met enkele verzachtende maatregelen gekomen voor de eigen bijdragen die cliënten moeten gaan betalen in de tweedelijns ggz.
Opstapeling van eigen bijdragen binnen een jaar is niet meer de bedoeling, zo laat de minister de Tweede Kamer weten. Er wordt per jaar slechts eenmaal een eigen bijdrage gevraagd van een ggz-cliënt. De hoogte van die eigen bijdrage wordt verlaagd van 295 euro naar 275 euro. Aan cliënten onder de achttien jaar, mensen in acute crisis en cliënten die gedwongen worden opgenomen wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Daarin is niets veranderd. Ook de eigen bijdrage van twintig euro per consult bij de eerstelijns psycholoog blijft gehandhaafd, net als het maximum van vijf zittingen dat vergoed wordt. Dat waren tot op heden acht zittingen.
Om de verzachting van de bezuinigingsvoorstellen gedeeltelijk te dekken, wil de minister de kortdurende behandelingen – tot 200 minuten – uit het basispakket halen. Haar eerdere voornemen om de behandeling van de aanpassingsstoornis uit het basispakket te halen blijft van kracht. Een aanpassingsstoornis is een psychische aandoening die optreedt als reactie op de emotionele en psychische stress als gevolg van belangrijke veranderingen in het leven. De minister hoopt dat mensen met minder zware psychische problemen hierdoor eerder bij de eerstelijns psycholoog zullen aankloppen.

 

Bron: Psy.nl, 27-06-2011

Tweede kamer wil dat kabinet opnieuw kijkt naar de bezuinigingen op PGB

Het kabinet moet samen met belangenvereniging Per Saldo kijken naar alternatieven voor de bezuinigingen op het persoonsgebonden budget (pgb). Dat heeft een Kamermeerderheid in een motie gezegd.
Het kabinet besloot vorige maand dat slechts tien procent van de 130.000 mensen die nu een persoonsgebonden budget ontvangen om zelf zorg in te kopen, dat budget mogen houden. Psychiatrische patiënten vormen ongeveer eenderde van alle mensen die een pgb ontvangen. De Tweede Kamer verzoekt de regering nu in de motie om voor 23 juni in gesprek te gaan met Per Saldo en andere belangenorganisaties over alternatieve bezuinigingen. De regering moet de Kamer over de uitkomst informeren.Per Saldo-directeur Aline Saers staat nog niet te juichen over de aangenomen motie. ‘Ik ga er van uit dat er serieus naar de alternatieven wordt gekeken, maar dat moet ik nog zien. Tot op heden zijn de plannen voor het pgb in ieder geval dramatisch. ’
Per Saldo is het met het kabinet eens dat er teveel gebruik wordt gemaakt van de regeling, maar spreekt van een onbedoelde groei. Dat komt volgens de belangenvereniging onder meer omdat de zorg niet voorhanden is in het door zorgkantoren gecontracteerde aanbod. Ook gebruiken en zorg-in-natura aanbieders het pgb als oneigenlijk alternatief wanneer hun gecontracteerde aanbod ontoereikend is. Daarnaast zou de jeugdhulpverlening het pgb gebruiken om de problemen en tekorten in de jeugdzorg op te lossen. Bovendien stimuleren zorgbemiddelaars het gebruik van het pgb om hun eigen inkomsten te vergroten en ontbreken er maatregelen om betaling van mantelzorgers puur uit financieel gewin tegen te gaan.

De voorstellen van Per Saldo zouden dezelfde besparingen opleveren als de plannen van het kabinet, stelt Saers. ‘Ruim 40 procent kiest voor een pgb omdat ze de zorg niet voor elkaar krijgen binnen de natura zorg. Zij zouden dus eigenlijk liever die zorg in natura krijgen, wat ook mogelijk zou zijn als je de natura zorg flexibeler zou leveren. Daarnaast maakt ongeveer tien procent gebruik van een bemiddelingsbureau. Dat tikt aan. We hebben dit allemaal doorgerekend en komen met een hele gematigde schatting op 820 miljoen euro aan besparingen. Er valt dus een hoop te halen, als je het maar wilt zien.’

Jeugdpsychiatrie niet overhevelen naar de gemeente

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) ziet niets in de plannen van het kabinet om behalve de jeugdzorg ook de kinder- en jeugdpsychiatrie over te hevelen naar lokale overheden. Volgens de vereniging leidt dat tot een ongelijke behandeling van kinderen met een psychiatrische aandoening, zoals autisme of ADHD, tegenover kinderen met een lichamelijke ziekte.
‘Het kan niet zo zijn dat een kind voor specialistische psychiatrische zorg straks afhankelijk is van de toch al slinkende budgetten van de gemeenten, terwijl een kind met een somatische aandoening recht heeft op zorg die in de basisverzekering gedekt is’, stelt hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie en NVvP-voorzitter Rutger Jan van der Gaag in de reactie van de NVvP. Psychiatrische ziekten zijn serieuze ziekten en geen maatschappelijk ongemak. Nieuwe schotten tussen de kinder- en jeugdpsychiatrie en andere medische disciplines zullen bovendien de hardnekkige stigmaproblematiek rond de psychiatrie niet verbeteren, aldus Van der Gaag.

 

Bron: NJI en NVvP

Kan de jeugdzorg en het jeugdbeleid beter? Een interview met rechter Salomon

Op 7 maart jongstleden zond de NRCV een documentaire uit over kinderrechters. De filmmakers, Meral Uslu en Maria Mok filmde een zestal Nederlandse kinderrechters en hun jeugdige cliënten. De filmmakers kregen een unieke toestemming om te filmen achter de schermen van kinderrechtzittingen. Een van de kinderrechters die gefilmd werd tijdens zijn werk is rechter Salomon. Tijdens de documentaire was ik gecharmeerd van de werkwijze van deze rechter. Hij behandelt de jongeren met veel respect en stelt zich meewerkend op. Daarnaast geeft de heer Salomon tijdens de documentaire aan tegen problemen met jeugdzorg aan te lopen. Ook ik merk in mijn dagelijkse praktijk dat ik tegen het systeem aanloop. Dit heeft mij aan het denken gezet: Hoe kan het beter? Hoe kijken belangrijke sleutelfiguren rondom jeugdzorg hier tegen aan? In dit kader kwam ik op het idee om verschillende professionals te interviewen. Te beginnen met rechter Salomon. Op 19 mei bezocht ik de rechtbank van Amsterdam en sprak daar met hem.

Tijdens de documentaire vertelt u dat u stopt als kinderrechter. Hoe lang bent u kinderrechter geweest en kunt u wat vertellen over de werkzaamheden van een kinderrechter?
Ik ben 10 maanden kinderrechter geweest. Als rechter moet je gevraagd worden om kinderrechter te worden. Het jeugdrecht is een specialisme. Omdat er veel cursussen geregeld worden, zijn rechters doorgaans minstens 3 jaar kinderrechter. Zelf ben ik er mee gestopt, omdat ik me bezwaard voelde door de werkwijze van jeugdzorg.

Kunt u uw bezwaren toelichten?
Binnen het jeugdrecht zijn er twee kanten. Enerzijds is er het civiel rechterlijk gedeelte, anderzijds is er het strafrechtelijke gedeelte. Bij civiel rechtelijke zaken gaat het om beoordeling van verzoeken van de raad van de kinderbescherming en gezinsvoogden. Je moet dan denken aan OTS, uithuisplaatsing of gesloten jeugdzorg. Het lastige in deze zaken is dat er vaak geen uitvoering gegeven kan worden aan de opgelegde maatregel. Er zijn bijvoorbeeld geen gezinsvoogden beschikbaar of er zijn te weinig plekken waar het kind heen kan. Daarnaast ben ik van mening dat kinderen veel te vaak in aanraking komen met het strafrecht.

Wat heeft u er toe bewogen om kinderrechter te worden?
Allereerst was er een vacature. Ten tweede is deze materie ook erg interessant. Er is een team met medewerkers die erg betrokken zijn. Als rechter moet je wel ‘feeling’ hebben met deze groep. Tevens is ervaring als rechter belangrijk. Zoals ik al aangaf, trok het mij wel om met het jeugdrecht aan de gang te gaan, maar het strafrechtelijke gedeelte stond mij tegen. Mijns inziens kan een dergelijke strafrechtelijke procedure soms zelfs een averechts effect hebben. Bijvoorbeeld wanneer iemand wegens een fikse ruzie met vechtpartij op school in aanraking komt met de politie. Inmiddels is de situatie voor alle partijen goed opgelost, maar na negen maanden moet degene die de vechtpartij begon nog voorkomen wegens mishandeling. Sowieso wordt er in Nederland heel veel gestraft. Het is jammer dat de publieke opinie niet ziet. dat opvoeding en/of behandeling soms meer effect hebben dan bestraffing.

Wat was u visie als kinderrechter?
Wat ik belangrijk vind is dat je als rechter je plaats weet. Vroeger kon een rechter veel meer beslissingen nemen dan nu. Nu vraagt men meer van deskundigen, ook wat betreft beslissingen. Als rechter moet je niet op de stoel van anderen zitten. Tijdens het proces staan de belangen van het kind centraal.

Welke momenten zijn u het meest bijgebleven?
Ik heb jongeren gezien met enorme problematiek, zelfs meer dan de jongeren uit de documentaire. Tevens kunnen kinderen en jongeren al goed vertellen ondanks hun stoornis. Daarnaast hebben ze vaak ook nog begrip voor de maatregel. Dit heeft zeker indruk op mij gemaakt.

Heeft u veel met agressie te maken gehad?
Eigenlijk nauwelijks van de jongeren zelf. Ik kan me nog een keer herinneren, maar deze jongeren zat erg in de knoop met zichzelf. Vooral de moeders zijn boos. Soms hoorde ik ze al op de gang tekeer gaan. Er heerst toch veel wantrouwen bij ouders. Tevens zijn de ouders die bij de kinderrechter komen voornamelijk de ouders die géén hulp willen. Daarnaast speelt mee dat het in sommige culturen als schande wordt bevonden. Dit is met name in de Marokkaanse gemeenschap zo.

Hoe kijkt u tegen de samenwerking van instanties aan?
Dit moet ook beter, vaak is er geen samenwerking. Instanties zijn nu erg intern gericht. Medewerkers zijn er met name op gericht om productie te behalen en de baas tevreden te stemmen. De instanties zijn vooral gericht op het goed functioneren van de eigen organisatie. Ik denk dat medewerkers heel goed hun werkdruk moeten benoemen. Bijvoorbeeld: een gezinsvoogd die 36 uur werkt en 22 casussen heeft, kan niet de aandacht aan de gezinnen schenken die nodig is.
Ik heb meegemaakt dat er een zitting was waarbij OTS werd uitgesproken en dus een gezinsvoogd moest komen. Er was dan bij de zitting een medewerker van jeugdzorg aanwezig, maar die bleek later vaak niet de voogd te gaan worden. Erg onhandig, omdat het natuurlijk gemakkelijker gaat als men na de zitting meteen afspraken kan maken met elkaar.

En specifiek met de GGz?
Op de zitting zijn de voornaamste gesprekspartners de Raad van de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg. Vaak zit er wel een rapportage van de GGz of een gedragsdeskundige in het dossier. Een hele enkele keer wordt een gedragsdeskundige gehoord. Dit is met name bij de PIJ-maatregelen. Ik vraag me wel eens af of deskundigen niet op de zitting moeten zijn. In andere landen zie je dit veel meer, zoals in Amerika met het onmiddelijkheidsbeginsel. Daar is bijvoorbeeld een lijkschouwer aanwezig als bewijs dat iemand ook echt dood is. Dit vraagt wel meer tijd van de rechters, maar ook van de gedragsdeskundige. Hier lijdt dan vaak de productie weer onder. Ook rechters moeten productie halen.

U geeft aan tegen problemen aangelopen te zijn. Wat moet er uw inziens veranderen?
Er moet veel meer onderkenning komen van de groei en de ontwikkeling van kinderen. Het vormen van de gewetensfunctie van kinderen kost nu eenmaal tijd. Daarnaast moet de publieke opinie veranderen. Dit is ook een taak voor de politiek, maar ook voor deskundigen die er meer over bekend moeten maken en er meer over moeten schrijven. Er moet een tegengeluid komen. Daar komt nog bij dat er bezuinigingen aankomen. In heel Nederland moet bezuinigd worden dus ook in de jeugdzorg. We moeten met z’n allen wel het belang onder ogen blijven zien. Ik ben van mening dat we problemen beter bij het begin kunnen aanpakken.

En in het jeugdrecht?
Er moet meer onderscheid gaan komen in zware en lichte vergrijpen. Tevens moeten we gaan onderkennen dat jeugdcriminaliteit soms toeneemt. Hier moet uiteraard wel opgetreden gaan worden. Vroeger kreeg een kind een preek op het politiebureau en werd de moeder later aangesproken op haar verantwoordelijkheid. Nu wil men gezag uitstralen. Vaak doen kinderen dingen deels vanuit kattenkwaad. Als rechter moet je wel begrip blijven houden voor de achtergrond van een kind. Men moet wel in de gaten blijven houden of dingen niet uit de hand lopen. Dit zeggende, is het veranderen van het gehele jeugdzorgstelsel niet eenvoudig. Er zal geen pasklare oplossing zijn.

 

Categorieën

Archief