Algemeen

Blog: hoogbegaafdheid, 6 jaar en dan al naar de brugklas

zaterdag, december 3rd, 2016 | Algemeen, Artikelen | Geen reacties

SIndekort schrijf ik voor mijn werkgever, dokter Bosman, blogs over mijn werk en interesses. Afgelopen week is de eerste blog over hoogbegaafdheid online gegaan.

Begin november kwam de Belgische zeer hoogbegaafde Laurent in de media. Het wonderkind met een IQ van 145 zal al op zijn zesde naar de brugklas gaan. Hij heeft een grote interesse in beta-vakken en volgde afgelopen zomer een extra cursus aan de Amerikaanse Stanford University. Laurent past perfect binnen de theorie over hoogbegaafdheid van de Amerikaanse psycholoog Renzulli en de Duitse ontwikkelingspsycholoog Mönks.

Wonderkinderen
Laurent is niet het enige wonderkind dat ‘versneld’ zijn school heeft afgerond. Ook Erik van den Boom (bekend van de Wereld Draait Door) deed al op 13-jarige leeftijd eindexamen gymnasium. Hij sloeg op de basisschool een klas over en voltooide de eerste vier jaar van het gymnasium in één jaar. Ook won Erik de ‘Wynand Wijnenprijs 2011’ voor het beste VWO-profielwerkstuk. (Wikipedia, 2016).

Je vraagt je misschien af; is dat wel goed, een kind zo vroeg naar de middelbare school? Krijgen ze geen sociale- en emotionele problemen? In dit blog antwoord op vragen als; wat is hoogbegaafdheid en waar doe je nu goed aan qua onderwijs? Versneld of via een onderwijsvorm speciaal voor hoogbegaafden?

 

wil je meer lezen en de antwoorden krijgen op bovenstaande vragen, klik dan snel hier verder naar mijn hele blog.

Slikken foliumzuur drukt kans op autistisch kind

woensdag, oktober 22nd, 2014 | Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Het Autisme Kenniscentrum adviseert vrouwen die zwanger willen worden meer foliumzuur te slikken dan wordt voorgeschreven door de Gezondheidsraad. Als zij dat doen, wordt de kans op een autistisch kind 27 tot 40 procent kleiner. Zwangere vrouwen nemen al foliumzuur tot zich, om de kans te verkleinen dat hun kind met een hazenlip of een open ruggetje ter wereld komt. Een dagelijkse dosering van 400 microgram volstaat. Maar dat is niet genoeg om de kans op een autistisch kind te reduceren. Daarvoor is 600 microgram nodig, stelt Annelies Spek, hoofd van het Autisme Kenniscentrum op basis van diverse internationele onderzoeken. ‘Wij hopen dat de Gezondheidsraad ons advies overneemt, maar dat kan nog een tijd duren. Daarom willen we aanstaande ouders nu al informeren. Vooral als autisme bekend is in de familie, wat de kans op een autistisch kind veel groter maakt, is dit belangrijk.’ Meer foliumzuur brengt de kans op een kind met klassiek autisme met 40 procent omlaag en die op een kind met een zogeheten autismespectrumstoornis met 27 procent. ‘Op een makkelijke manier is heel veel te voorkomen,’ zegt Spek. Ook volgens de Gezondheidsraad kan een hogere dosering geen kwaad, want die stelt een bovengrens van 1000 microgram per dag. Het advies van het Autisme Kenniscentrum is om tussen de 1 en 3 maanden voor de zwangerschap te beginnen met het slikken van foliumzuur en dat te blijven doen tot de zwangerschap 2 maanden onderweg is. Van de Nederlanders heeft 1 procent een autistische aandoening.

 

bron: AD.nl d.d. 21-10-2014

Betrek ouders meer bij psychiatrie oudere kinderen

dinsdag, september 23rd, 2014 | Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Ouders van meerderjarige jongeren moeten veel meer betrokken worden bij de psychische zorg die hun kind krijgt. Daarvoor pleit de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Hoewel het voorstel van de NVvP al in veel behandelrichtlijnen staat, wordt dat nog maar weinig uitgevoerd. Dit terwijl de jongvolwassene er heel erg bij gebaat kan zijn. De Nederlandse wet bepaalt dat ouders buiten beeld blijven als een patiënt 18 jaar of ouder is. ”In veel behandelrichtlijnen, zoals die voor suïcide, wordt wel al sterk aanbevolen de ouders te betrekken als dat kan en de jongere dat wil”, aldus een woordvoerder van de NVvP. “Daarnaast hebben veel instellingen eenzelfde beleid. Het staat dus op papier, maar gebeurt veel te weinig in praktijk.” Wat de NVvP betreft kunnen vaders en moeders, of desnoods een andere naaste, ook al veel eerder een rol gaan spelen dan pas in de behandelfase. ”Ook in de onderzoeksfase en bij het stellen van een diagnose.” Het zou gaan om jongeren tot een jaar of 22. ”Tot die leeftijd blijft het emotionele brein zich ontwikkelen.” Waarom de richtlijnen nu niet worden nageleefd, is de NVvP niet duidelijk. Een pasklare oplossing heeft de vereniging ook niet voorhanden. ”Is het bewustwording? Zijn behandelaars niet goed op de hoogte? Is het in de praktijk lastig uit te voeren? We weten het niet.”

bron: NU.nl d.d. 13-09-2014

Hersenen jongeren reageren sterker op beloningen

donderdag, juli 10th, 2014 | Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Het beloningscentrum in het brein laat zich bij jongeren rond 15 jaar makkelijker en sterker prikkelen dan bij kinderen of volwassenen. Activatie van het beloningscentrum is afhankelijk van de sociale context. Dat blijkt uit onderzoek van Leidse psychologen dat in juni is gepubliceerd door het wetenschappelijke tijdschrift NeuroImage. Het beloningscentrum zorgt voor een prettig gevoel bij bepaald gedrag. Barbara Braams en haar collega’s zochten naar verschillen in de ontwikkeling van het beloningscentrum bij kinderen, jongeren en volwassenen. Tijdens het spelen van het gokspelletje kop of munt werd bij driehonderd kinderen, adolescenten en volwassenen een MRI-scan gemaakt. Daarmee konden ze geld verdienen voor een familielid, hun beste vriend en een leeftijdgenoot die ze niet mochten. De activatie van het beloningscentrum bleek afhankelijk van de sociale context. Bij adolescenten is de piek het hoogst als ze geld winnen voor zichzelf. Volwassenen vinden het net zo fijn om geld te winnen voor zichzelf als voor hun beste vriend. Bij meisjes wordt het beloningssysteem actief als ze winnen voor een goede vriendin; bij jongens is dat effect er niet als ze winnen voor een goede vriend.

Het gehele concept artikel kun u hier vinden

Bron: NJI, d.d.10-07-2014

Werkgeheugen voorspelt lees- en rekenontwikkeling

zaterdag, juni 28th, 2014 | Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Groei van functies als werkgeheugen en het vermogen om prikkels te onderdrukken is bij kleuters een goede voorspeller van de lees- en rekenontwikkeling. Dat blijkt uit onderzoek waarop Anne Davidse op 25 juni promoveerde aan de Universiteit Leiden. Davidse toonde aan dat lees- en rekenvaardigheden verbeteren of juist stagneren als zogenaamde executieve functies zoals werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit verbeteren of stagneren. Daarmee is groei in deze functies een belangrijke voorspeller van lees- en rekenontwikkeling tussen groep 1 en 3. Uit het onderzoek blijkt verder dat er geen aanwijzingen zijn dat de positieve invloed van voorlezen op woordenschat en letterkennis bij kinderen met goede executieve functies groter is dan bij kinderen met zwakke executieve functies. Ook kinderen die in andere situaties snel zijn afgeleid, slagen erin om aandachtig naar een verhaal te luisteren.

 

Bron: NJI 25-06-2014

Bange kinderen hebben groter ‘angstcentrum’ in brein

dinsdag, juni 17th, 2014 | Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Kinderen die bang zijn aangelegd, hebben gemiddeld genomen een groter ‘angstcentrum’ in hun brein, zo blijkt uit nieuw onderzoek.
Bange kinderen hebben groter ‘angstcentrum’ in brein. Het gaat om het volume van de amygdala, een amandelvormige kern in de hersenen die betrokken is bij het reguleren van emoties. Bij kinderen die vaak angstig gedrag vertonen is dit hersendeel niet alleen groter. Het ‘angstcentrum’ heeft ook meer zenuwverbindingen met de rest van het brein.  Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Stanford in het wetenschappelijk tijdschrift Biological Psychiatry. De wetenschappers onderwierpen 76 kinderen met een leeftijd tussen de zeven en negen jaar aan een test waarbij hun aanleg voor angstig gedrag in kaart werd gebracht. Ook maakten ze een MRI-scan van de hersenen van de jonge proefpersonen. Het verband tussen de anatomie van de amygala en angstig gedrag was sterk. De onderzoekers zijn er zelfs in geslaagd om een formule te ontwikkelen waarmee op basis van de afmetingen van de amygdala globaal kan worden voorspeld hoe bang kinderen zijn aangelegd.
De grote vraag is nu in hoeverre angstoornissen ontstaan door een groeiende amygdala in de vroege jeugd. Het omgekeerde is ook mogelijk: het hersendeel zou groter kunnen worden onder invloed van angstig gedrag. “Als we de invloed van angst in de jeugd op specifieke delen van de amygdala beter begrijpen kan dat nieuwe inzichten opleveren in de manier waarop angsten bij mensen ontstaan”, verklaart hoofdonderzoeker Shaozheng Qin op de nieuwssite van Elsevier.

Bron: Nu.nl/dennisrijnvis d.d. 16-06-2014

Hersenstructuur heeft invloed op intelligentie

woensdag, februari 12th, 2014 | Algemeen, Nieuws | Geen reacties

De structuur van grijze stof in het brein van mensen beïnvloedt hun intelligentie, zo blijkt uit nieuw genetisch onderzoek.De samenhang blijkt uit een specifieke variant van het gen NPTN, die van invloed is op de communicatie tussen menselijke zenuwcellen. Tieners die over deze genvariant beschikken, hebben relatief weinig grijze stof in hun linkerhersenhelft. Daardoor scoren ze ook gemiddeld lager bij intelligentietesten. Dat melden Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Molecular Psychiatry.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door 1.538 proefpersonen te onderwerpen aan hersenscans en DNA-onderzoek. Ze analyseerden meer dan 54.000 genen die mogelijk betrokken zijn bij de ontwikkeling van het brein. Uiteindelijk vonden ze een verband tussen het gen NPTN en de dikte van de grijze stof in de linkerhersenhelft van de deelnemers aan het experiment. De variatie in hersenstructuur die het gen veroorzaakt, kan intelligentieverschillen bij proefpersonen voor een zeer klein deel (0,5 procent) verklaren. Hoofdonderzoekster Sylvane Desrivieres van King’s College in Londen benadrukt dan ook dat het niet gaat om een ‘gen voor intelligentie’.

Het onderzoek naar de genvariant suggereert alleen dat er een verband is tussen de hoeveelheid grijze stof in het brein en intelligentie. “Deze ontdekking kan ons helpen om op het niveau van hersencellen te begrijpen wat er fout gaat bij bepaalde intellectuele tekortkomingen”, aldus Desrivieres op nieuwssite van King’s College. “Het vermogen van de hersencellen om met elkaar te communiceren wordt dan waarschijnlijk op één of andere manier beperkt.”

 

Bron: Nu.nl d.d. 11-02-2014

Anorexia heeft overeenkomsten met autisme

woensdag, augustus 14th, 2013 | Algemeen, Nieuws | Geen reacties

Meisjes die lijden aan anorexia vertonen gedrag dat doorgaans wordt geassocieerd met autisme. Zo zijn ze vaak bezig met details en hebben ze een bovenmatige interesse in systemen en orde.  Tot dat inzicht zijn onderzoekers van de universiteit van Cambridge gekomen. Het onderzoek kan specialisten mogelijk nieuwe ideeën geven voor de behandeling van anorexiapatiënten.”Anorexia wordt doorgaans gezien als puur een eetstoornis”, vertelt autismespecialist Simon Baron-Cohen. ”Dit nieuwe onderzoek duidt er echter op dat de geest van iemand met anorexia mogelijk veel gemeen heeft met de geest van iemand met autisme.”
De wetenschappers lieten 66 meisjes met anorexia aan drie tests deelnemen: een algemene autismetest, een test om na te gaan hoe systematisch ze denken en een empathietest. De meisjes met anorexia bleken vijf keer vaker binnen het autismespectrum te scoren dan de 1.600 tieners in de controlegroep. Ook bleken ze systematischer te denken en iets minder inlevingsvermogen te hebben, net als autisten, zij het in mindere mate. Specialisten kunnen het onderzoek gebruiken om nieuwe strategieën te ontwikkelen voor de behandeling van anorexiapatiënten. ”Het kan helpen om hun aandacht te verplaatsen van lichaamsgewicht en diëten naar een ander onderwerp dat net zo systematisch is”, suggereert mede-onderzoeker Tony Jaffa.

 

bron: NU.nl d.d. 06-08-2013

Het aftellen naar publicatie van de DSM-5 is begonnen

zondag, augustus 19th, 2012 | Algemeen, Artikelen, Hulpverleners | Geen reacties

In mei 2013 moet de DSM-5 dan eindelijk gaan komen. Er is inmiddels al een heleboel om te doen geweest te zijn. Psychiaters, psychologen en onderzoekers wedijveren om de concepten zoals ze opgenomen gaan worden in de DSM-5. Voor een eigen case studie merkte ik al dat het heel belangrijk is dat de concepten kloppen. Na 30 jaar worden nu alle psychiatrische stoornissen onder de loep genomen. Er wordt kritisch gekeken of criteria nog wel kloppen. Zo gaat PTSS veranderen, omdat er nu veel PTSS diagnoses worden gesteld bij mensen die zelf geen trauma gezien hebben of meegemaakt hebben. Dat kan straks niet meer. Ook gaan alle verschillende soorten autisme eruit en worden de criteria strenger. Over het algemeen zullen de criteria dus strakker en strenger worden, zodat er betere diagnostiek bedreven kan worden. Tenminste, dat is het uitgangspunt. In de praktijk moet de DSM-5 zich nog moeten gaan bewijzen. Persoonlijk vind ik het erg sterk dat de DSM met zijn tijd meegaat. De APA wil er naar gaan streven dat het nieuwe handboek zowel in gedrukte vorm als in een digitale vorm gepubliceerd wordt. Dit digitale document kan regelmatig geüpdate worden tot versie 5.1 of 5.2. Dit is ook de reden dat de DSM-5 gekozen heeft voor Arabische cijfers in plaats van Romeinse cijfers. APA nodigt hierbmee psychiaters ook uit om meer gedetailleerde informatie te verzamelen over symptomen van een een patiënt. Als een psychiater over meer data beschikt die hij bij zijn beoordeling kan betrekken en de beschrijvingen in het handboek uitgebreider zijn is er een grotere kans dat hij een correcte match vindt tussen een patiënt en een aandoening, aldus de samenstellers.

Er zullen nog twee grote veranderingen plaatsvinden. De eerste is er eentje met een arbitrair karakter. Met de DSM-5 zal men ook de ernst moeten inschatten van de symptomen. Bij ADHD moet de aandachtsproblemen op een aparte schaal gescoord moeten worden van ‘zeer slecht’ tot ‘uitstekend’. Hiermee worden psychiatrische diagnoses dus meer op een dimensie geplaatst in plaats. Het arbitraire zit hem volgens artsen in het feit dat de verschillende vormen van autisme nu binnen een verzamelcategorie worden geplaatst en daarbinnen dus de ernst. Men zou – ten onrechte – de illusie kunnen wekken dat Stoornis van Asperger minder ernstig is dan een Autistische Stoornis, omdat mensen met Stoornis van Asperger doorgaans betere ontwikkelingskansen heeft. Hiermee vergeet men wel hun handicap. Ten tweede vrezen artsen dat zorgverzekeraars minder behandelingen gaan vergoeden en dat de zorgverzekeraars eisen gaan stellen aan bepaalde criteria van ernst.
Een tweede grote verandering is dat de DSM-5 stoornissen anders gaat clusteren dan in de DSM-IV. In de DSM-IV werden stoornissen geclusterd in drie categorieen, namelijk:

  1. klinische ziekten, zoals depressie, bipolaire stoornissen en schizofrenie
  2. persoonlijkheids- en ontwikkelingsstoornissen
  3. medische problemen die een rol kunnen spelen.

In de DSM-5 wordt deze indeling afgeschaft en worden stoornissen chronologisch geordend. Allereerst zullen aandoeningen bij baby’s en jonge kinderen beschreven, vervolgens gaat dit door via de adolescentie naar stoornissen die vaker bij volwassenen voorkomen. Zo kan men zich dus beperken tot bepaalde delen van de DSM-5.

Tot slot moet men er wel rekening mee blijven houden dat de DSM geen volmaakte weerspiegeling biedt van psychische kwalen, maar met de herziene editie wordt het beeld weer een beetje helderder en daarmee ook het begrip van de menselijke psyche.

Sociale media hebben voor- en nadelen op school

Sociale media bieden nieuwe kansen voor het onderwijs, maar kunnen ook leiden tot cyberpesten. Dat schrijft minister Marja van Bijsterveldt van Onderwijs in de jaarlijkse Kamerbrief over veiligheid in het onderwijs.De brief is gebaseerd op de landelijke socialeveiligheidsmonitoren in het onderwijs en op onderzoek van de Onderwijsinspectie. Sociale media bieden kansen voor laagdrempelig contact tussen leerlingen en docenten. Docenten kunnen bijvoorbeeld via Twitter vragen over huiswerk delen met de hele groep. Sociale media hebben echter ook een keerzijde. Zo wordt ongeveer 4 procent van de 9- tot 16-jarigen herhaaldelijk via internet gepest.Positief is dat volgens de Kamerbrief ruim 90 procent van de leerlingen en personeelsleden op basisscholen, middelbare scholen en in het mbo zich veilig voelt. Ook nemen spijbelen, wapenbezit, drugsgebruik en geweld verder af binnen het mbo, blijkt uit de onderzoeken.

Bron: Nieuwsbrief NJI d.d. 23-05-2012

Categorieën

Archief