WPPSI-III-NL

In 2009 moet hij dan eindelijk op de Nederlandse markt komen: de WPPSI-III-NL. Pearson is druk bezig met de Nederlandse en Vlaamse normering. De WPPSI-III-NL heeft behoorlijk wat veranderingen ten opzichte van de WPPSI-R. De WPPSI-III-NL bevat 14 subtesten, te weten Block Design, Information, Matrix Reasoning, Vocabulary, Picture Concepts, Symbol Search, Word Reasoning, Coding, Comprehension, Picture Completion, Similarities, Receptive Vocabulary, Object Assembly, and Picture Naming (Wechsler, 2003).

Één van de voordelen van deze WPSSI-III-NL is dat er een mogelijkheid is tot een tweede kans. Het is dus mogelijk om het beste resultaat uit een kind te halen. Het nadeel van het testen van kinderen in de voorschoolse leeftijd is bijvoorbeeld de aandachtsspanne en concentratie. Voldoende pauzes moet het kind in staat stellen om de test te volbrengen. Middels deze “tweede kans” is het mogelijk om er zeker van te zijn dat het kind op zijn best presteert.

Zo op het oog lijkt de WPPSI-III-NL wat ‘groter’ geworden. Ondanks dat het materiaal nog steeds kleurrijk en aantrekkelijk is voor kinderen in de voorschoolse leeftijd, ziet het er naar uit dat de WPPSI-III-NL niet snel “de kleutertest” genoemd zal worden (zoals helaas de WPPSI-R wel eens betiteld is).
Tot slot moet er opgemerkt worden dat het ‘probleem’ betreffende de grote intelligentie-scores bij leeftijdsklassen van 2 à 3 maanden nog steeds aan de orde is. Zo kan het gebeuren dat een kind van 5;4 jaar 10 punten hoger scoort dan een kind van 5;6 jaar!
Tevens heeft de WPPSI-III-NL veel overeenkomsten met zijn grote broer, de WISC-IV, waardoor men na moet denken bij kinderen in de grensleeftijd (6;0 jaar) welke test je afneemt. Wanneer je het vermoeden hebt dat het kind begaafd is, verdient het de voorkeur om de WISC-IV (of de  WISC-III-NL) af te nemen.

Doe mee met de conversatie

11 reacties

  1. De WPPSI-III is of wordt binnenkort zeer spoedig uitgebracht door Pearson testgever.

    Groet Marco

  2. Inmiddels is de WPSSI-III op de markt. Het is een zeer kindvriendelijke test en gelukkig met afbreekregels.

  3. Binnen welke IQ range test de WPPSI III? De SON test bv tot 150 en de RAKIT tot 145. Tot hoever test de WPPSI III?

  4. Werkt de test met leeftijdscategorien? M.a.w. is de test voor een kind van net 4 exact hetzelfde als de test voor een kind van 7? Of worden er andere eisen gesteld middels de leeftijd van het kind? Ik heb het dan over de test voor de kinderen van 4-7 jaar.

  5. Beste Elsbeth,

    De test werkt met leeftijdscategorien zoals dat ook geregeld is bij de WISC-III NL. De ruwe score wordt dus omgezet in een normscore en houdt hierbij rekening met leeftijd van het kind.

  6. Ik gebruik sinds kort de WPPSI-III en vindt dat deze heel laag scoort. Nog ervaringen?

  7. Wat grappig dat juist vandaag deze reactie binnen komt! Vandaag had ik met onze GZ-psycholoog dezelfde discussie. Ook ik vind dat kinderen vaak lager uitkomen dan de verwachting vooraf was. Ben benieuwd wat de ervaring van andere met de WPPSI-III-NL is!

  8. In Vlaanderen is het ook niet windstil rond de WPPSI-III. Hieronder een tekst + oproep die in Vlaanderen verspreid wordt. Helaas lukt het niet om de figuur en tabel in de juiste vorm te kopiëren.
    Wanneer ik beschik ver een mailadres kan ik de tekst in bijlage verzenden.

    Een oproep tot het verzamelen van data van kinderen
    getest met de WPPSI-R én de WPPSI-III
    Annemie Bos, Walter Magez & Mark Schittekatte
    (Lessius Antwerpen & UGent)

    a. Probleemstelling
    In juni 2010, kwam de WPPSI-III in Vlaanderen op de markt, met (eindelijk) Vlaamse normen voor zowel de jongste, als de oudere (> 4 jaar) kinderen.
    Een vaststelling in de praktijk bleek de verschillen in scores bij het testen met de “oude” (WPPSI-R) én de “nieuwe” WPPSI bij eenzelfde kind. Wij ontvingen enkele vragen over de resultaten van deze (her)testings, vooral bij de jongste, zwak scorende kinderen.
    Voor vergelijkingen tussen IQ-scores bij herafname met een nieuwere versie van een IQ-test wordt vaak verwezen naar het Flynn-effect. Maar het betreft hier meestal vaststellingen waarbij de WPPSI-III score hoger blijkt dan WPPSI-R score.
    Als Vlaamse adaptoren in dit WPPSI-project, willen we met deze tekst werk maken van clarificaties van terechte vragen bij het overschakelen naar een nieuwe versie van de WPPSI.

    b. Antwoorden vanuit de WPPSI-III handleiding
    In Nederland is de relatie WPPSI-R en WPPSI-III onderzocht bij 40 kinderen in de leeftijd van 4;0 tot 7:5 jaar. We citeren de handleiding: “ Uit de gemiddelde scores in tabel 8.7a blijkt dat de IQ-scores van de WPPSI-R gemiddeld 6 punten hoger liggen dan de scores op de WPPSI-III –N” (p. 126).

    Maar we stellen vast dat de vergelijking tot stand is gekomen op basis van een IQ-berekening op die subtests die gemeenschappelijk zijn voor beide tests.
    Voor het verbaal IQ zijn dit: Informatie, Woordenschat, Begrijpen en Overeenkomsten.
    Voor het Performaal IQ zijn dit: Blokpatronen, Figuur Leggen en Onvolledige tekeningen.

    De IQ-bepaling van de WPPSI-III berust dus niet op de prestatie van de proefpersonen op de kernsubtests. De nieuwe subtests zijn buiten beschouwing gelaten in de IQ-bepaling.

    Op basis van de gegevens uit de handleiding kunnen we dan ook geen besluiten trekken over het al dan niet hoger of lager scoren op de WPPSI-III versus WPPSI-R bij specifieke populaties.

    In de handleiding worden verder vier onderzoeken naar de concurrente validiteit gerapporteerd met de WPPSI-III (ook met kernsubtests , p. 121-125) en met de SON-R (2 ½ -7j.), met de WPPSI-R , met de WISC-III en met de WNV. Twee basisconclusies zijn af te leiden :
    a) in alle onderzoeken ligt het WPPSI-III IQ lager dan de test waarmee vergeleken werd;
    b) er is duidelijk een trend dat naarmate de tests vroeger zijn genormeerd (de WPPSI-III is de ” jongste”), het verschil met het WPPSI-III IQ groter is.
    Dit alles is conform met de wetenschappelijke “verwachtingen” . Het is dus aannemelijk ervan uit te gaan dat in de huidige Totale Vlaamse Populatie, voor de betrokken leeftijdsgroep, het WPPSI-R IQ “normalerwijze ” hoger kan uitvallen dan het WPPSI-III IQ.

    c. Mogelijke antwoorden vanuit het CHC – model (Catell-Horn-Caroll intelligentiestructuurmodel)

    Een mogelijke verklaring voor onze probleemsteling, vinden we terug in het solide theoretische model van cognitieve vaardigheden, met name het CHC-model (zie Figuur 1)

    Figuur 1: het CHC – model (Magez, W., De Cleen,W., 2007)

    Het CHC-model toont aan dat IQ ’s eindresultaten van een intelligentietest niet steeds onderling inwisselbaar zijn. Het test-IQ is een weergave van de inhoudelijke samenstelling van de test en tests verschillen onderling wat betreft de brede cognitieve vaardigheden (BCV) die ze toetsen.
    We illustreren dit in Figuur 2. In deze figuur wordt het CHC – model toegepast op de WPPSI-R en de WPPSI-III (leeftijd 2:6-3:11 jaar en leeftijd 4:0-7:11 jaar). De (kern)subtests van de verbale en de performale schaal en het totaal IQ worden geplaatst bij de brede cognitieve vaardigheid waarop de subtest laadt.
    Zoals uit Figuur 2 blijkt, zijn er gelijkenissen, bv. “Gc” en “Gv” zijn aanwezig in elke versie, maar ook dat er verschillen zijn tussen de WPPSI-R, WPPSI-III ( 4 jaar). De brede cognitieve vaardigheden “Gc” en “Gv” zijn niet in dezelfde mate aanwezig in elke versie. In de WPPSI-III (>4 jaar) is er slechts één (op de 7) echte“ Gv – subtest” (Blokpatronen), in de WPPSI-R zijn dit er 5 op 12 (met daarenboven tijdsbonussen). In de WPPSI-III wordt bijvoorbeeld specifiek” Gf”- op niet verbale wijze- gepeild ( 2 van de 7 subtests!), in de WPPSI-R is dit niet het geval. In de WPPSI-R komt “ Gq” en” Gsm” aan bod , in de WPPSI- III zijn die afwezig . Als je bovendien weet dat de WPPSI-R subtests Rekenen (Gq) , Zinnen Nazeggen (Gsm) en Geometrisch figuren (Gv), schools (de twee eerste) of ontwikkelings, motorisch-neurologisch geladen zijn en om die reden uit de WPPSI-III verwijderd werden, dan is het duidelijk hoe verschillend deze IQ ‘s bij sommige kinderen en eventueel specifieke deelpopulaties, bv. “laag scorenden”, zouden kunnen zijn. Dit is niet zichtbaar in de algemene normering op de totale populatie, beide tests hebben immers dezelfde klassieke kenmerken van het deviatie-IQ.
    We merken ook op dat in de WPPSI-III (< 4jaar) slechts twee brede cognitieve vaardigheden aan bod komen. Dit voldoet niet aan de vereiste vanuit het CHC-benadering voor de berekening van een Totaal IQ als schatting van het niveau van Algemene Intelligentie (G –factor).
    Figuur 2 : het CHC -model toegepast op de (kern)subtesten van de WPPSI-R en de WPPSI-III
    WPPSI-R WPPSI-III 4 jaar
    Subtest BCV Subtest BCV Subtest BCV
    VIQ Woordenschat Gc Receptieve woordenschat Gc Woordenschat Gc
    Informatie Gc Informatie Gc Informatie Gc
    Begrijpen Gc Woord Redeneren Gc/Gf
    Overeenkomsten Gc

    Rekenen Gq
    Zinnen Nazeggen Gsm

    PIQ Blokpatronen Gv Blokpatronen Gv Blokpatronen Gv
    Figuur Leggen Gv Figuur Leggen GV Matrix Redeneren Gf
    Geometrische Figuren Gv Plaatjes Concepten Gf
    Doolhoven Gv
    Onvolledige Tekeningen Gv

    Dierenhuis Gs

    TIQ V-subtests + P-subtests V-subtests + P-subtests + V-subtests + P-subtests +
    Substitutie

    Gs

    M.a.w. goede IQ-tests kunnen verschillende IQ’s geven door hun verschillende inhoud: zij toetsen dus niet steeds dezelfde brede cognitieve vaardigheden. Welk IQ is het nu juiste? Studies ivm. het CHC-model leren ons : Beiden!! De intelligentiestructuur-benadering van het geheel geeft het beste verklarende inzicht in “G”.

    Voor meer info over het CHC-model zie o.a.:
    Magez,W en De Cleen ,W ( 2007) : Intelligentiemeting in nieuwe banen : integratie van het CHC-model in de psychodiagnostische praktijk , CAP –vzw /Psychodiag. Centrum, Dep. Toeg. Psychologie, Lessius Hogeschool , Antwerpen)
    Het zou goed zijn dat we dit werkmodel, zeker in onze Vlaamse populatie, nog verder zouden toetsen , dus extra onderzoek is aangewezen!!

    c. Onderzoek als antwoord
    Wat zien wij dus tot zover:
    – er is onderzoek naar de relatie tussen IQ scores tussen WPPSI-R (e.a.) vs. WPPSI-III maar zeer beperkt qua hoeveelheid kinderen, “IQ-range” en te weinig essentiële vergelijkbare subtests;
    – het CHC-model is een mogelijke basis voor verschillen te verklaren; het is zinnig dit op onze Vlaamse populatie te onderzoeken.
    Dus… hierbij een oproep om ons uw data te bezorgen!!
    – in welke gevallen?
    Data van elk kind dat de voorbije 5 jaar met de WPPSI-R én de WPPSI-III getest werd.
    Wij vragen geanonimiseerde data en verzekeren u ook anonimiteit van de onderzoeksdata.
    We willen in elk geval naast enkele personalia (geslacht, leeftijd, etc.) en afname-datum, wel ook het hertest-interval, de reden van hertesting en de (eventuele) klinische diagnose van u vernemen.
    – hoe ons die data bezorgen?
    Surf naar http://www.testpracticum.ugent.be/ en klik op “WPPSI-R / WPPSI-III Onderzoek”
    U vindt daar antwoordformulieren die u ons kan bezorgen; info op itemniveau is niet noodzakelijk.
    U kan ook ons ook een kopie van de scorebladeren bezorgen, via fax (09.264.62.63), via mail (testpracticum@ugent.be) of via post (Testpracticum PPW, H. Dunantlaan 2, B9000 Gent)
    Wij hopen via deze oproep enkele tientallen observaties van jullie te mogen ontvangen, om inzichten te verwerven en eventueel richtlijnen te kunnen meegeven vanuit een eerder klinische populatie. Wij kunnen u ook nog meedelen dat vanuit de Lessius Hogeschool, samen met de UGent, plannen bestaan om soortgelijk onderzoek op te zetten, op korte termijn, bij een normale populatie en bij hoogbegaafden, kwestie van data te verzamelen over het ganse spectrum van begaafdheden.
    We hopen u zo snel mogelijk te informeren over wat onze bevindingen zijn, wordt vervolgd.
    Laten we tot slot echter wel duidelijk zijn. We twijfelen niet aan de kwaliteit van de normering van WPPSI-III voor Vlaanderen. Voor 4 tot en met 7j11m heeft men per leeftijdsjaar gezorgd voor een representatieve Vlaamse proefgoep van 100 kinderen. Dit is voor Vlaanderen, per leeftijdsgroep, ongeveer drie keer meer dan het geval is voor de WISC-III. Het instrument heeft een behoorlijke ijking voor de beoogde doelgroep ‘de algemene Vlaamse populatie kinderen van die leeftijd’.
    En dank bij voorbaat!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.